Over de PGCS
Als u meer wilt weten over onze gemeente, kunt u hier lezen wie wij zijn en waar we als gemeente voor staan. Daarnaast hebben we hier allerlei andere achtergrondinformatie over onze gemeente verzameld. De wijkindeling van onze predikanten en een duidelijk Organogram van alle raden, commissies en groepen van onze kerk.

Heel lezenswaardig is onze 150-jarige geschiedenis. Hoe is onze gemeente geworden tot wat het nu is?

In de rubriek "Uit het oog..." hebben drie van onze voormalige predikanten geschreven hoe ze terugkijken op hun loopbaan in onze gemeente.

Organogram PDF Afdrukken
Dit organogram laat zien hoe onze gemeente is georganiseerd en hoe de de verschillende raden, commissies en groepen onderling met elkaar in verband staan.
Lees meer...
 
Wie zijn wij? PDF Afdrukken

De Protestantse Gemeente te Colmschate/Schalkhaar is een jonge, levendige geloofsgemeenschap die hoort bij de Protestantse Kerk in Nederland. Wij zijn divers en ruimhartig in onze geloofsbeleving en zijn daar trots op.

Lees meer...
 
DE DOMINEES PDF Afdrukken

 

 

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20

 

Lucas Jacob van der Veen
Albertus Samuel Carpentier Alting
Dirk Theodoor Uden Masman
Lambertus Christiaan ten Bruggenkate
Dr. Antonie Adriaan van Otlerk
Jhr Johan van Gesseler
Dr. Petrus Jurrianus Gouda Quint
Jacob Wessels Boer
George Frans Haspels
Dirk Gerretsen
Hendrik Gerardus van der Flier
Dr. Herman Fhilippus Rogaar
Mr. Christoffel Johannes Bartels
Abraham van der Walle
Frederik Adriaan Westhoff
Jean Papineau Salm
Willem Christiaan Cornelis Polhuijs
Hendrina Alida Oosterveld van Aken
Alberta Elizabeth van Luttikhuizen
Johannes Dorst

Van

15-08-1843
12-01-1862
06-08-1865
01-05-1870
10-10-1875
18-07-1878
04-04-1880
12-03-1882
12-08-1888
14-02-1897
17-01-1901
09-11-1924
03-04-1932
25-04-1837
21-09-1947
15-10-1950
17-11-1957
04-10-1987
02-04-1989
30-08-1992

 

Tot

09-10-1860
23-04-1865
28-11-1869
21-02-1875
17-02-1878
31-08-1879
15-07-1881
26-02-1888
03-05-1896
25-11-1900
05-03-1923
01-06-1931
17-01-1937
26-07-1947
01-06-1950
15-09-1957
30-04-1987

 

Lees verder >>

 

 
DE KERKGEMEENTE COLMSCHATE -SAMEN OP WEG- PDF Afdrukken
Oorspronkelijk kende Colmschate alleen een Nederlands Hervormde Kerk; hiertoe behoorde ook Schalkhaar. De enkele gereformeerden die er woonden behoorden kerkelijk gezien bij Deventer. Toen in 1974 de annexatie van Colmschate door Deventer een feit werd, veranderde er niet alleen veel voor het dorp Colmschate en omgeving. Ook voor de hervormde kerkelijke gemeente betekende deze annexatie een grote verandering. De Hervormde Gemeente maakte in korte tijd een flinke groei door en bovendien ontstond er een (niet officiële) gereformeerde wijkgemeente Colmschate (Deventer zuid).

Al in het najaar van 1974 werden er besprekingen gevoerd tussen de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Gemeente. Hierbij was ook nog de Rooms Katholieke Kerk betrokken. Het streven toen was om te komen tot een gezamenlijke "Opendag".Deze dag  is  gehouden  op  6  april  1975  in het  oude scholencomplex op het Oostrik en werd voorafgegaan door een kerkdienst in de Hervormde Kerk, o.l.v. ds. Polhuijs. De gesprekken tussen de Gereformeerde Kerk (Deventer) en de Hervormde  Gemeente (Colmschate)  gingen  door.  Uiteindelijk resulteerde  dit  in  de  eerste  dienst  onder gezamenlijke verantwoordelijkheid  op  4  april  1976  in  't  Haarhuus  in Schalkhaar. Deze dienst werd geleid door ds.  Kalksma (gereformeerd) en ds. Polhuijs (hervormd). Er werd een werkgroep gevormd: de werkgroep Hervormd-Gereformeerd Colmschate-Schalkhaar. Deze werkgroep organiseerde in eerste instantie een aantal gezamenlijk kerkdiensten. Voor zover die diensten in Schalkhaar gehouden werden, kon men vanaf januari 1979 gebruik maken van de Rooms Katholieke Kerk (overigens was de Rooms Katholieke Kerk bij de gesprekken over samenwerking inmiddels afgehaakt). Verder werden er in 1979 o. a. al gezamenlijke gesprekskringen en catechesaties georganiseerd.

In 1982 werd, door de verschillende kerkeraden, een vijfjarenplan aangenomen:
Samen op Weg in Colmschate.
Voor elk jaar werden er nieuwe stappen in het Samen op Weg proces aangegeven. Enkele van deze stappen waren:

-1983: Voor het eerst verscheen de Colmschater Nieuwsbrief. Bij de gereformeerden werd deze als  losse  bijlage  bij  de  Gemeentestem bezorgd.
De hervormden ontvingen de Colmschater Nieuwsbrief als onderdeel van hun Kerkbode.

-1984: De beide kerkeraden vergaderden om de maand samen.

-1985: Alle kerkeraadsvergaderingen werden gezamenlijk, evenals de vergaderingen van diakonie en kerkvoogdij.
In de nieuwe wijken waren gezamenlijke pastorale teams. Op 15 mei van dit jaar ging er een beleidscommissie van start (bestaande uit hervormden en gereformeerden), met als taak:
'alles voor te bereiden wat kerkordelijk noodzakelijk was om te komen tot een federatie van de Hervormde en Gereformeerde Gemeente Colmschate .
De conventie (overeenkomst) werd door de commissie voorbereid en in 1986 door de kerkeraad vastgesteld.
Omdat de gereformeerden in Schalkhaar nog niet zo ver in het Samen op Weg proces waren, werd besloten om de Hervormde Gemeente van Schalkhaar een zekere mate van zelfstandigheid te geven, zodat het Samen Op Weg proces in Colmschate niet in gevaar zou komen.

-1986: Voor het eerst verscheen er een gezamenlijk kerkblad in Colmschate, de uiteindelijke naam werd : de Nieuwsbrief. Er kwam een andere verdeling van preekbeurten. Elke eerste drie zondagen van de maand waren er gezamenlijke kerkdiensten. Ds. Polhuijs ging twee van die drie diensten voor, ds. Bras één van de drie. Vanaf 1986 nam ieder de helft van de gemeenschappelijke diensten voor zijn rekening, (drie van de zes diensten per twee maanden).


Volgens het vijfjarenplan had in 1987 alles gezamenlijk moeten worden gedaan en had de federatie een feit moeten worden. Voordat dit gerealiseerd kon worden vertrok ds. Bras in november 1986 naar Sassenheim.
Om het beroepen van een nieuwe predikant (voor de Hervormd Gereformeerde Gemeente Colmschate ) te vergemakkelijken trad ds. Polhuijs vervroegd uit. Op 26 april 1987 was zijn afscheidsdienst. Door zijn vervroegde uittreding kwam hij net niet aan zijn 30-jarig ambtsjubileum in Colmschate.

Inmiddels was er een beroepingscommissie aan het werk. Er werd een beroep uitgebracht op ds. Oosterveld en zij nam dit beroep aan. Op 4 oktober 1987 was haar officiële intrededienst. Nadat van  alle  instanties  toestemming  was  verkregen werd uiteindelijk op 23 oktober 1988 de officiële Samen op Weg overeenkomst ondertekend. Van dat moment af waren de Hervormde Gemeente Colmschate en de zelfstandig geworden wijkgemeente van de Gereformeerde Kerk Deventer één gemeente. De Hervormde Gemeente van Schalkhaar krijgt in 1989 een eigen (parttime) predikante in de persoon van ds. van Luttikhuizen. Omdat de nieuwe Samen op Weg gemeente steeds groter werd, was er dringend behoefte aan uitbreiding van de pastorale zorg.
In 1992 kwam die uitbreiding : ds. Dorst.

En nu is er dan de viering van het 150-jarig bestaan (1993) van de kerkgemeente in Colmschate. Honderdvijftig jaar waarover nog veel meer te vertellen valt dan wat u in dit boekje heeft kunnen lezen.
 
HET VERENIGINGSLEVEN (2) PDF Afdrukken
De CJV

Het CJV bestond uit twee afdelingen: de jongemannenvereniging "Het Mosterdzaadje" en de meisjeverenigiging "Eben Haëzer".
De jongemannenvereniging werd in 1899 opgericht; de meisjesvereniging werd op 27 september 1920 opgericht.
Mevrouw van de Flier was een tijdlang voorzitster van de meisjesvereniging en mevrouw Brinkman heeft als leidster nog haar 25-jarig jubileum gevierd.
In 1937 werd door mevrouw van de Walle een nieuw onderdeel van de meisjesvereniging opgericht.Deze jeugdclub heette "Van knop tot bloem". Aanvankelijk was mevrouw Wilbrink hiervan de leidster, later waren dat mevrouw van de Walle en mevrouw Zweers. Eén keer per jaar was er een  uitstapje  van  de meisjesvereniging. Wanneer dit op de fiets was mocht er één (jonge)man mee. Dit mocht omdat hij dan eventuele lekke banden kon plakken.

Wat betreft de jongemannenvereniging valt nog te melden dat de heer Steven Nieuwenhuis een tijdlang leider is geweest. De jongere jongens gingen naar de knapenvereniging "Emmanuël". Er   werden   regelmatig   gezamenlijke   aktiviteiten georganiseerd,zoals na de bevrijding. Voor het bevrijdingsfeest hadden de jongens-en meisjesvereniging samen een wagen gemaakt. Het geheel stelde de elf provinciën voor. In latere jaren zijn de jongens- en meisjesvereniging één gezamenlijke CJV geworden.  De CJV is in de loop der tijd verscheidene malen opgeheven en weer heropgericht.


Kerkkoor

In eerste instantie was er het zangkoor "Soli Deo Gloria". De dirigent hiervan was de heer Fukkink. Het kerkkoor, dat tegenwoordig ook nog regelmatig te beluisteren valt, werd door mevrouw van de Walle en haar vriendin Sophie Cellarius in 1939 opgericht. De eerste repetitie vond plaats op 9 oktober 1939 en de eerste dirigent was de heer Rensen uit Deventer. De heer Musch, de huidige dirigent, leidt het koor inmiddels 42 jaar.
In de loop der jaren heeft het kerkkoor aan velerlei kerkdiensten haar medewerking verleend al of niet in samenwerking met één van beide muziekverenigingen (de Eendracht of Juliana).


Vrouwenvereniging

De Hervormde Vrouwengroep Colmschate  (HVG)  is opgericht in oktober 1948 en kreeg als naam "In dienst der Kerk". De groep komt iedere derde maandagavond van de maand bijeen in de kerkzaal . De avond wordt altijd geopend met bijbel lezen en zingen waarna een spreker of spreekster de rest van de avond vult. Eén keer per jaar wordt er een bazar gehouden waarvan de opbrengst bestemd is voor de kerk ( aanschaf van bepaalde dingen). Het gezamenlijke ui tstapje met de bus is één van de hoogtepunten in het verenigingsjaar

Image
Het MOSTERDZAADJE tijdens het 30-jarig jubileum in 1929

Image
Meisjesvereniging EBEN-HAEZER in de dierentuin omstreeks 1950
 

 
HET VERENIGINGSLEVEN PDF Afdrukken
Wat is een kerkelijke gemeente zonder verenigingsleven? De gemeente in Colmschate was en is hierop geen uitzondering. Er waren en er zijn nog steeds allerlei verenigingen actief. Over enkele verenigingen vertellen we hier iets meer;we zijn hiermee bij lange na niet volledig!

Binnen het verenigingsleven nam de Stichting tot het in stand houden van een gebouw voor Christelijke belangen te Colmschate een bijzondere plaats in.
Op 5 februari 1925 schreef de heer H.Schutte een brief aan de Burgemeester en Wethouders der gemeente Diepenveen met het verzoek tot het bouwen van " een locaal voor de Stichting van Christelijke belangen te Colmschate". " De bouwopzichter der gemeente Diepenveen" gaf op 12 februari 1925 een verklaring af dat de bouwaanvraag van de heer Schutte "aan de  eisen der bouwverordening voldeed en kon worden ingewilligd".
Het gebouw werd gebouwd  aan de Holterweg  87,  voorheen W[eteringen] 93, en stond achter de kosterswoning.

De Stichting, die door het orthodoxe deel van de Hervormden was opgericht, wilde het gebouw ook gaan gebruiken voor kerkdiensten en ze wilde ook een eigen dominee benoemen. Volgens de kerkorde mocht dit echter niet omdat het gebouw te dicht bij de eigenlijke, oorspronkelijke, Hervormde Kerk stond. Als gevolg van de (menings)verschillen tussen orthodoxen en vrijzinnigen ontstonden er allerlei verenigingen in tweevoud, b.v. twee muziekverenigingen, twee kerkkoren. Het gebouw werd door allerlei verenigingen gebruikt en in 1938 deed het zelfs nog dienst als kerk. Dit was toen de oude kerk afgebroken werd en de nieuwe gebouwd moest worden.
In 1956 heeft de kerkeraad uiteindelijk kontakt gezocht met het bestuur van de Stichting. Zij vond het onjuist dat er geen enkel officieel kontakt bestond tussen hen en de organisatie die onderdak  verschafte  aan  verschillende  verenigingen  die  op kerkelijk terrein werkzaam waren. Het bestuur van de Stichting gaf toen als reden van haar bestaan:" het onderdak verschaffen aan enkele verenigingen die in het verleden geen onderdak hebben gevonden bij de kerk" Onderdak zowel letterlijk en figuurlijk. Op dat moment was het idee om plannen te ontwerpen om te komen tot de bouw van een lokaliteit aan of bij de kerkzaal.Wanneer die plannen verwezenlijkt  zouden  zijn, zou  het  gebouw voor Christelijke belangen gesloten worden.

Uiteindelijk werd de Stichting opgeheven en in 1959 werd besloten dat het gebouw door de kerkvoogdij zou worden aangekocht. Eén van de redenen hiervoor was dat de kerk met ruimtegebrek te kampen had,met name in de wintermaanden wanneer het verenigingsleven op volle toeren draaide. Omdat het gebouw niet meer in zo'n goede staat verkeerde werd er in 1961 een aktie gehouden om geld (f 20.000,-) in te zamelen zodat het gebouw kon worden opgeknapt. In 1967 bestonden er in Colmschate plannen voor de bouw van een dorpshuis. Er waren destijds al exploitatietekorten voor het gebouw van Christelijke belangen.De bouw van het dorpshuis heeft er toe geleid dat het gebouw een financiële last voor de kerk werd. Begin tachtiger jaren werd het gebouw aan garage de Roos verkocht en is nog korte tijd als magazijn gebruikt. Uiteindelijk is het gebouw afgebroken.
 
VAN WIEG TOT GRAF PDF Afdrukken
Doop-, trouw-, en rouwdiensten zijn kerkelijke samenkomsten waar alle mensen wel eens mee in aanraking komen. Om bij de doopdienst te  beginnen:  het  dopen  van  een  kind  is  lang  een vanzelfsprekendheid geweest. Voor de kerk is de doop ook altijd een belangrijk sacrament geweest en gebleven. God wil met het nieuwgeboren kind te maken hebben en het kind verkrijgt de doop als teken en zegel voor het leven. Er zijn rond die doop echter steeds weer andere tradities gegroeid, ook in Colmschate. De vroegere koster G. Brinkman was jarenlang actief met het registreren van de kinderen die gedoopt zouden worden.  De doopouders kwamen bij hem aan de Sworminksweg om zich te laten inschrijven. Deze inschrijving vond lx per maand plaats. Later werd het registreren door de dominee zelf gedaan en wel op de pastorie. Er bleven vaste doopdiensten. Al sinds lange tijd krijgen de doopouders een doopkaartje mee ter herinnering aan de doop.

Image

Tegenwoordig is er een mooi gebruik om kinderen van de kindernevendienst doopkaarsen aan te laten bieden aan de doopouders. De kaarsen worden ontstoken aan de paaskaars om symbolisch "het licht van Christus" door te geven. Er wordt altijd 11 dagen voor de doopdienst een doopgesprek gehouden met doopouders, ouderling van dienst en predikant.

Bij trouwdiesten in de kerk staat het vragen om Gods zegen over het huwelijk centraal. De handoplegging door de dominee heeft een centrale rol bij deze inzegening. De knielbank is bedoeld om je te verootmoedigen voor God. De huwelijksbijbel die door de kerk geschonken wordt is het belangrijkste richtsnoer voor de toekomst van het bruidspaar.

Het trouwen geschiedde echter niet altijd in de kerk. Mevrouw van Het trouwen geschiedde echter niet altijd in de kerk. Mevrouw van der Walle refereerde naar de tijd, dat haar man, Abraham van der Walle dominee was in Colmschate. In de tijd 1937-1947 geschiedde het vaak dat er op de boerderij getrouwd werd.

Het trouwen geschiedde tot in de jaren dertig in het zwart. Eind jaren dertig kwam het "in het wit" trouwen in zwang. Dat bij het trouwen de kerk er wel eens bekaaid afkwam moge blijken uit onderstaand verhaal van ds Papineau Salm in de kerkbode van december 1952.

NASCHRIFT  VAN  DE  PREDIKANT


". . . Het is mij opgevallen dat de collecten van de trouwdiensten zo gering zijn. Van 12 trouwdiensten in de laatst jaren bedroeg de gemiddelde collecte ƒ 38,00 per keer. Nu lijkt dit misschien een aardig bedrag. En in bepaalde gevallen is het dat ook. Wanneer het gaat om families waar de middelen bescheiden zijn en vaar men op heel eenvoudige wijze bruiloft viert dan doet men wat men kan. Maar het komt ook voor dat een zeer uitgebreide bruiloft gevierd wordt, die, dat kan ieder weten, vele honderden guldens, misschien wel bij de duizend gulden kost. En dan zien wij soms dat de collecte in de kerk niet meer dan een paar tientjes bedraagt. Dan is er naar mijn menig iets niet in den haak. Dan wordt de kerk afgescheept met een fooi. Als men dan toch zulke grote bedragen uitgeeft voor drank en gebak dan spreekt het m. i. vanzelf dat de kerk een behoorlijke collecte krijgt. Dan zou het niets bijzonders zijn als bruid en bruidegom ieder f 25,00 en de wederzijdse ouders ieder ƒ 10,00 gaven. Dat betekent toch niet veel op het grote bedrag dat een bruiloft toch aan sommigen kost. Om misverstand te vermijden wijs ik erop dat ik dit schrijf Vrijdag 12 December, dus voor de drie trouwdiensten in de komende week. Het gaat hier over huwelijken. Een ander ding is dat het tegenwoordig nooit voorkomt dat men ter gelegenheid van bijzondere dagen, 25 of 40 jarig huwelijk b.v., de kerk gedenkt. Is het zo vreemd dat men dan, hetzij in de collecte, hetzij door overhandigen aan de predikant of een ander lid van de kerkeraad uiting geeft aan zijn dankbaarheid?
Ik meen er goed aan te doen dit te schrijven omdat ik ervan overtuigd ben dat het hier niet gaat om onwil maar om onnadenkendheid. Ik stel mij voor dat velen zullen zeggen: Ja, dat is toch eigenlijk waar, dom van ons dat wij er nooit zo bij hebben nagedacht."

De rouwdienst is ondanks de sombere reden een indrukwekkend gebeuren. In deze dienst wordt het leven van de overledene nog een keer in het volle licht van Gods genade gezet en blijkt telkens weer hoe boeiend een mensenleven is. De rouwdiensten worden nog niet zo lang in de kerk gehouden. In de begintijd van dominee Polhuijs, eind jaren vijftig, was het nog gebruikelijk dat de rouwplechtigheid op de boerderij geschiedde. We spreken van een tijd waarin de kerkgemeente Colmschate uit buurtschappen bestond, waar Noaberplicht hoog in het vaandel stond. De mensen waren sterk op elkaar aangewezen en bij het overlijden zorgden de naaste buren voor de direct opvang van de weduwe/ weduwnaar.

Tot 1921 was het de gewoonte dat de "noabers" (=naaste buren) de totale uitvaart verzorgden. Per buurtschap was er een boerenwagen beschikbaar, waarop de kist werd vervoerd. De kar werd door twee paarden getrokken. De boer die deze paarden en de boerenkar onder zijn hoede had werd daarom "doodenvaar of doonboer" genoemd.

Sommige buurtschappen hadden samen één verantwoordelijke boer. Het was gebruikelijk dat zo'n man bij allerlei festiviteiten werd uitgenodigd. Het opbaren geschiedde thuis. De samenkomst van familieleden en bekenden geschiedde op de deel voor het afscheid nemen. De doden werden via de achterdeur uit huis gedragen. Bij een huwelijk was de betreffende persoon via de voordeur binnen gekomen.

Achter de kerk ligt de oude begraafplaats waar ook één van de dominees van onze gemeente begraven ligt. Het is de heer van der Flier. Een stukje verderop aan de Sworminksweg ligt de nieuwe begraafplaats. Hier ligt ds. Rogaar begraven. Ook liggen er twee domineeskinderen, Tonnie van der Walle en Jan Papineau Salm. Bij zijn afscheid uit Colmschate refereert ds. Papineau Salm hiernaar:

"We hadden ook nooit kunnen denken dat het afscheid zo moeilijk zou zijn omdat we hier zoveel achterlaten nu, onze Jan niet met ons meegaat, Colmschate is de plaats waar we hem hebben gekregen, waarhij gedoopt is, waar hij geleefd en gespeeld heeft, waar hij ook gestorven en begraven is. We weten dat hij voor velen Uwer veel heeft betekend en dat velen Uwer veel voor hem hebben betekend. Dat is een band die nooit zal verdwijnen."

In de kerk vinden we nog een herinnering aan Jan Papineau Salm. De twee achthoekige tafeltjes en een vierkant tafeltje zijn gekocht van zijn spaargeld.

In 1921 werd de begrafenisvereniging "Colmschate en omstreken" opgericht. De reden hiervan was dat men de begrafenissen een meer passend karakter wilde geven. De vereniging heeft officiële dragers. In de beginjaren kon men volgens drie klassen begraven worden. Afhankelijk van het feit of men l, 2 of 3e klas begraven werd hadden de dragers witzilverkleurige, zilverkleurige, of zwarte matressen.

Net als nu droegen de dragers een zwart pak en een zwarte hoge hoed. Het vervoeren van de kist geschiedde tot 1950 met een zogenaamde lijkkoets, waarvan het onderhoud geschiedde door Stalhouderij Sonneberg in Deventer. De familie en bekenden liepen achter de koets aan.

In 1950 werd de koets vervangen door een auto. Na verloop van tijd werden er meer en meer rouwdiensten in de kerk gehouden. Ook het verenigingsgebouw van de Stichting voor Christelijke belangen is gebruikt voor rouwplechtigheden. Pas de laatste jaren is het gebruikelijk dat de rouwplechtigeid in de kerk geschiedt.
 
De orgels in de kerk van Colmschate PDF Afdrukken
In Boekzaal der geleerde Waerelt lezen we wat over het eerste orgel :

Colmschate, 22 september 1850.

Op deze dag wordt het nieuwe orgel ingewijd. Ds. L.J. van der Veen preekte over de aan God gewijde muziek, als een geschikt middel in Gods hand om de verhevene God verheerlijkende gevoelens op te wekken in den mensch. Deze plechtigheeid en een concert, dat des namiddag op het nieuwe orgel werd gegeven door de belangeloze medewerking van de heren A. te Wechel en Hessels, organisten te Apeldoorn, is tot algemeen genoegen afgelopen. Genoemde heren hebben ons door hun kunsttalent een genotvolle namiddag verschaft, terwijl hunne koraal, op de meest gepaste wijze des voormiddags ons gezang begeleidde. Openlijk zij hun daarvoor de dank der gemeente toegebracht. Ons orgel werd geheel uit bijdragen der gemeenteleden, van anderen die des zomers in ons midden verblijf hebben, van grondbezitters en welwillenden jegens de gemeente daargesteld. Allen zij daarvoor erkentenis toegebracht, maar boven allen den Hemelschen vader, die ze daartoe in staat stelde en hun opgewektheid gaf.

Het orgel is vervaardigd door C.F.A. Naber, orgel- en pianomaker te Deventer, die ook hier wederom toonde, alle lof en aanbeveling te verdienen. Immers heeft hij volgens deskundigen meer gedaan en geleverd dan men konde vorderen.

ImageDit eerste orgel werd vanaf 1877 tot 1938, de bouw van de nieuwe kerk, bespeeld door Gerrit Brinkman. Naast de organist was er ook nog een trapper nodig die voor de luchtvoorziening zorgde.

Voor de nieuwe kerk is ook een nieuw orgel aangeschaft. Dit nieuwe orgel is een één-klaviersorgel met vrij pedaal gebouwd volgens het in die tijd veel voorkomende pneumatische systeem met een open opstelling, dus niet in een gesloten kas. Een houten kas dient om het geluid van de diverse pijpenfamilies te doen samensmelten. Dit orgel is gebouwd door de firma Vierdag te Enschede en kostte f 1682. Het orgel bleek van niet al te beste kwaliteit. Al in 1957 werd door een commissie geadviseerd om geen geld meer te besteden aan onderhoud en reparatie. Wegens geldgebrek gebeurt er echter lange tijd niets.





In de periode 1967-1973 wordt van een electronisch orgel gebruik gemaakt. In 1973 wordt van J. Reil, orgelmaker te Heerde een klein tweede hands zogenaamd "salonorgel" van 3 stemmen gekocht. Dit orgel was echter veel te klein voor de toch vrij grote en akoestisch slechte kerk en produceerde een schreeuwerig en ongelijkmatig geluid.
In de loop van 1979 kwamen er steeds meer opmerkingen dat er toch eens wat moest gebeuren. Op voorstel van de kerkvoogdij werd er toen een Orgelcommissie ingesteld die als opdracht kreeg om geld te werven voor een nieuw orgel. Voor dit doel werd een 5 jarenplan opgesteld.
De commissie toog voortvarend aan het werk. Om te weten hoeveel geld een nieuw orgel zou gaan kosten werd aan een orgelbouwer een offerte  voor  een  8-stemsorgel gevraagd.  Dit  leverde  een streefbedrag op van f 100.000 (prijspeil 1979). De aktie werd begonnen met de gemeenteleden om een bijdrage te vragen. Via een brief werd gevraagd om een gift of eventueel een renteloze lening.  Na een aarzelend begin slaat deze aktie duidelijk aan. Er wordt ruim f 50.000 toegezegd. Met medewerking van C.J.V., Kerkkoor en Vrouwenvereniging worden vele akties op touw gezet die nog meer geld in het laatje brengen.

In december 1982 is er al f 92.000 beschikbaar en nog f 18.000 toegezegd. De kosten van een geschikt orgel blijken echter toch wel wat hoger te zijn dan eerst werd aangenomen. Prijsopgaven variëren van f 170.000 tot f 200.000 . Om dit bedrag te halen worden de aktiviteiten in de volgende jaren voortgezet worden. Jan Kleinbussink, hoofdorganist van de Lebuinuskerk te Deventer, is intussen als adviseur door de orgelcommissie aangetrokken. In december 1983 bleek dat de kerk kon profiteren van een gunstig aanbod. Van Vulpen had in die tijd opdracht gekregen tot de bouw van een nieuw 14-stemsorgel voor de Rehoboth-kerk in Utrecht. Door een tweede orgel naar het zelfde basisontwerp gelijktijdig te bouwen werd de prijs aanzienlijk gunstiger. Op 12 januari 1984 worden er spijkers met koppen geslagen en de kerkvoogdij verleent opdracht tot de bouw van het orgel. Reeds op 12 juni van het zelfde jaar begon de opbouw van het orgel in de kerk.

Vrijdagavond 28 september 1984 werd het orgel aan de kerkvoogdij overgedragen, waarna Jan Kleinbussink in een presentatieconcert de uitgebreide mogelijkheden van het orgel liet horen. Op zaterdag was er vervolgens een open dag waarop ieder het orgel kon aanschouwen en mocht bespelen. Op zondagochtend 30 september werd het orgel in een feestelijke kerkdienst door de gemeente in gebruik genomen.
De voorganger was Ds. Polhuys en organist was Pim Boog. Het orgel is een op klassieke wijze gebouwd mechanisch sleepladenorgel. Voor de klankvorming is uitgegaan van het "hollandse" orgeltype uit tweede helft van de 18C eeuw. Het orgel bevat ruim 900 pijpen die uit orgelmetaal met een hoog loodgehalte zijn vervaardigd.

In november 1984 blijkt er nog een tekort van f 25.000 te zijn en de orgelcommissie moest dus nog even aktief blijven. Op vrijdag 14 november 1986 is de laatste aktiviteit,  een toneeluitvoering door "de Uitkomst" in de Hof van Colmschate om 20.00 uur.
 
Colmschate in oorlogstijd (2) PDF Afdrukken
Op 8 april 1945 werd Colmschate bevrijd door de Canadezen, die onder andere vanaf de Schipbeek Colmschate binnen kwamen. Er werd zwaar gevochten en elk huis leek een vesting die genomen moest worden.

In veel boerderijen zaten Duitsers en die zijn dan ook beschoten. Een aantal van deze boerderijen is in rook opgegaan, ook het voormalige huis van koster Brinkman is zo verloren gegaan. Tijdens de gevechten hebben mensen zich schuil gehouden in de kelder van de kerk. Mevrouw van der Walle en haar kinderen hebben de laatste 5 dagen voor de bevrijding in de kelder doorgebracht. Op het laatst drongen ook enkele Duitsers, die het vege lijf wilden redden, de kerk binnen. Toen de Canadezen kwamen, braken dezen de kerk open en doorzochten alles. Mevrouw van der Walle vertelde direkt van de Duitsers en zei er bij dat ze die al had ontwapend. Hierdoor konden de Duitsers zonder verder geweld worden gearresteerd. Na afloop werd door de Canadezen thee gezet. Door de beschietingen waren alle deuren en ramen uit de pastorie geslagen en ook de tuin was zwaar gehavend. Het huis zelf was op dat moment ontruimd, want mevrouw van der Walle had op aanraden van de Duitsers haar spullen weg gehaald en in de pastorie van Okkenbroek ondergebracht. De pastorie is nog een tijdje als noodhospitaal gebruikt.

De nieuw gebouwde kerk maakte door de oorlog geen goede start. De kerkzaal was door de bezetters gebruikt voor het schoonmaken van geweren. De gordijnen werden daarbij als poetsdoeken gebruikt. De oorspronkelijke luidklok werd door de Duitsers gevorderd, zodat er na de oorlog een nieuwe klok gekocht moest worden. Om ernstige schade aan het glas-in-loodraam te voorkomen was het tijdelijk verwijderd. Omdat er geen goed beheer van de kerk mogelijk was heeft het pas gebouwde orgel ernstig te lijden gehad van weersinvloeden. In de oorlog kon er bijna niet schoongemaakt worden, daarom was er een grootscheepse schoonmaak nodig. Na de oorlog functioneerden onder andere de toiletten nauwelijks meer. Bij het feesten na de bevrijding zal men zich hier echter vast niet door hebben laten beinvloeden en werd er volop gevierd.

Onderstaande foto laat een paar kinderen zien die deelnamen aan de bevrijdingsfeesten.

Image
 
Colmschate in oorlogstijd PDF Afdrukken
Een echte beschrijving van de gebeurtenissen in en rond de Colmschater kerk in de Tweede Wereldoorlog is er nog niet. Maar de onderstaande gegevens, gebaseerd op de herinneringen van mevrouw van der Walle en het echtpaar Bolink-Memelink, geven toch een aardige indruk van wat zich in die tijd afspeelde.

De oorlogstijd moet voor de bevolking van Colmschate zeer moeilijk zijn geweest. In Huize de Achterhoek woonde destijds een rijk zakenman uit Nederlands-Indië, die een vooraanstaand NSB-lid was. Met lichtkogels nodigde hij de bewoners van Colmschate en omgeving uit voor zijn lezingen. Deze man heeft helaas een sterke invloed gehad op de plaatselijke bevolking.
Tijdens de oorlog kwamen er allerlei mensen in Colmschate ten einde voedsel te kunnen vergaren. Volgens mevrouw van der Walle, echtgenote van ds. van der Walle, hebben vele boeren zeer gul gegeven. Er waren echter ook mensen die zich verrijkt hebben ten koste van de hongerende mensen.
Regelmatig werden er mensen opgepakt om in de Duitse industrie te gaan werken. Mevrouw van der Walle had in de oorlogstijd regelmatig onderduikers van allerlei nationaliteiten. Mevrouw Bolink kan zich herinneren, dat de meisjesvereniging een Frans lied instudeerde, dat vervolgens in een zondagse kerkdienst vooral erg hard gezongen moest worden. Na de oorlog bleek dat er op dat moment een aantal Franse onderduikers in de verwarmingskelder zat, die met dit lied een hart onder de riem werd gestoken.

Opvallend is dat de pastorie in de oorlogstijd een commandopost voor de Duitsers is geweest alswel een toevluchtsoord voor onderduikers. Met allerlei trucs moesten de onderduikers vaak weer naar een nieuw adres gebracht worden. Tot de "illegale" bewoners van de pastorie behoorde ook een Poolse spion, die vogelvrij was verklaard. Deze was een ingenieur uit Warschau en had tot taak banen van VI's in kaart te brengen. Deze man stroopte de bossen af en om niet op te vallen droeg hij overdag een Duits uniform. Toen zijn missie was voltooid heeft mevrouw van der Walle hem op de fiets naar Borculo gebracht, waar hij door een vliegtuigje werd opgepikt.
Veel onderduikers, die naar elders vervoerd moesten worden, werden zogenaamd gearresteerd door de hoofdagent van Deventer en met een overvalwagen opgehaald van de pastorie.
Mevrouw Cellarius was een belangrijke steun voor mevrouw van der Walle; ze maakte onder andere vaak het eten voor de onderduikers.

In de oorlogstijd zijn er door bemiddeling van onze kerk en de Amsterdamse Westerkerk Amsterdamse kinderen ondergebracht in diverse gezinnen in Colmschate. Zo was het meisje Cisca Hoffenaar te gast bij de familie Kloosterboer en werd ze door Christiaan Kloosterboer met de paardensjees van het station in Deventer gehaald. Recentelijk heeft de familie Bolink nog weer kontakt met Cisca gehad. Ze is getrouwd en woont in Australië.
 
<< Start < Vorige 1 2 Volgende > Einde >>

Pagina 1 van 2
logo_zwart_small.gif

Contact en Adres

Ichtuskerk   

Holterweg 106, Colmschate 
0570-653530

Park Braband

Wissinkhof 34,Schalkhaar 
0570-663466  
 

Augustus 2010 September 2010 Oktober 2010
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30
RocketTheme Joomla Templates