|
Colmschate in oorlogstijd |
|
|
Font Size 
Een echte beschrijving van de gebeurtenissen in en rond de Colmschater
kerk in de Tweede Wereldoorlog is er nog niet. Maar de onderstaande
gegevens, gebaseerd op de herinneringen van mevrouw van der Walle en
het echtpaar Bolink-Memelink, geven toch een aardige indruk van wat
zich in die tijd afspeelde.
De oorlogstijd moet voor de bevolking van Colmschate zeer moeilijk zijn
geweest. In Huize de Achterhoek woonde destijds een rijk zakenman uit
Nederlands-Indië, die een vooraanstaand NSB-lid was. Met lichtkogels
nodigde hij de bewoners van Colmschate en omgeving uit voor zijn
lezingen. Deze man heeft helaas een sterke invloed gehad op de
plaatselijke bevolking.
Tijdens de oorlog kwamen er allerlei mensen in Colmschate ten einde
voedsel te kunnen vergaren. Volgens mevrouw van der Walle, echtgenote
van ds. van der Walle, hebben vele boeren zeer gul gegeven. Er waren
echter ook mensen die zich verrijkt hebben ten koste van de hongerende
mensen.
Regelmatig werden er mensen opgepakt om in de Duitse industrie te gaan
werken. Mevrouw van der Walle had in de oorlogstijd regelmatig
onderduikers van allerlei nationaliteiten. Mevrouw Bolink kan zich
herinneren, dat de meisjesvereniging een Frans lied instudeerde, dat
vervolgens in een zondagse kerkdienst vooral erg hard gezongen moest
worden. Na de oorlog bleek dat er op dat moment een aantal Franse
onderduikers in de verwarmingskelder zat, die met dit lied een hart
onder de riem werd gestoken.
Opvallend is dat de pastorie in de oorlogstijd een commandopost voor de
Duitsers is geweest alswel een toevluchtsoord voor onderduikers. Met
allerlei trucs moesten de onderduikers vaak weer naar een nieuw adres
gebracht worden. Tot de "illegale" bewoners van de pastorie behoorde
ook een Poolse spion, die vogelvrij was verklaard. Deze was een
ingenieur uit Warschau en had tot taak banen van VI's in kaart te
brengen. Deze man stroopte de bossen af en om niet op te vallen droeg
hij overdag een Duits uniform. Toen zijn missie was voltooid heeft
mevrouw van der Walle hem op de fiets naar Borculo gebracht, waar hij
door een vliegtuigje werd opgepikt.
Veel onderduikers, die naar elders vervoerd moesten worden, werden
zogenaamd gearresteerd door de hoofdagent van Deventer en met een
overvalwagen opgehaald van de pastorie.
Mevrouw Cellarius was een belangrijke steun voor mevrouw van der Walle;
ze maakte onder andere vaak het eten voor de onderduikers.
In de oorlogstijd zijn er door bemiddeling van onze kerk en de
Amsterdamse Westerkerk Amsterdamse kinderen ondergebracht in diverse
gezinnen in Colmschate. Zo was het meisje Cisca Hoffenaar te gast bij
de familie Kloosterboer en werd ze door Christiaan Kloosterboer met de
paardensjees van het station in Deventer gehaald. Recentelijk heeft de
familie Bolink nog weer kontakt met Cisca gehad. Ze is getrouwd en
woont in Australië.
|
|
|
Mei 2012 |
|
|
|