waterstaatskerkOp 22 juni 1842 werd door ds. Reijers de eerste steen van de kerk van Colmschate gelegd. Het kerkgebouw was een zogenaamde Waterstaatskerk, (zie foto). Het werd gebouwd op Erve Swormink in het Essenerveld. Omdat de bouwtekening verloren is gegaan is niet geheel duidelijk hoe het kerkje er precies van binnen heeft uitgezien. Aan de hand van mondelinge informatie is getracht een reconstructie te maken. Het gebouw had een voorportaal die over de hele lengte van de kerk liep (zie schets). Links en rechts was er een deur waardoor men de kerk binnenkwam. Achterin de kerk waren er links en rechts verhoogde zitplaatsen (loges) die men via een klapdeurtje betrad. Dit waren zitplaatsen voor de meest betalende kerkgangers.

Op een bepaalde dag in het jaar werden alle zitplaatsen voor een heel jaar verpacht, hetgeen veel leek op een soort territoriumstrijd. De banken waren bruin en zeer smal en oncomfortabel. Moeders moesten soms hun kinderen vasthouden om te voorkomen dat ze uit de bank zouden vallen. Voorin de kerk stond in het midden de preekstoel. De vloer van de preekstoel was instelbaar. Het is een keer gebeurd dat deze vloer niet goed was vastgezet. De ongelukkige dominee verdween uit het zicht en riep geschrokken: “Waar is de koster?”

Boven de preekstoel was een met gordijnen afgeschermd balkon waar het orgel stond. Het orgel was een zogenaamd traporgel. Er waren 2 mensen bij nodig. Eén persoon de organist en de ander was de trapper die lucht moest maken. Het orgel werd 62 jaar door G. Brinkman bespeeld. De heer Grotenhuis was jarenlang “de trapper” Dichtbij de preekstoel stond een avondmaalstafel. In de kerk hingen de zwarte psalmborden met gouden kroontje en het predikantenbord. Al deze borden hangen nu voorin de huidige kerk.

Links en rechts van de preekstoel stonden de banken van het College. De kerk was door de kleine ramen vrij donker. Voorin de kerk was een deurtje waardoor men in een hal kwam. In de hal was verder nog een deur naar buiten en een deur naar de consistorie, die ook wel Leerkamer genoemd werd.

Omdat de verwarming ontoereikend was werden er door mevrouw Cellarius stoven in de kerk geplaatst. Deze bestonden uit een houten bakje met openingen aan de bovenkant. Hierin werd een aarden pot geplaatst waarin een brandende turf zat. De stoven werden bij Cellarius opgeslagen.

Aangezien het torentje boven de ingang zat heeft het klokketouw vermoedelijk in het voorportaal gehangen. Als je de kerk verliet zag je de tekst “Alzo lief heeft God de Wereld dat Hij zijn eniggeboren zoon…” in de boog boven de deur staan.

Aan de buitenkant stond boven de groene kerkdeuren ook een tekst: Gode zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus. (Efez III 21a)

Het kerkje was in 1938 zeer bouwvallig en daarom werd er besloten het af te breken.

waterstaatskerk2