De sjoelbak en het kacheltje Deze zomer verhuisden mijn ouders naar een zorginstelling. Wij kinderen verdeelden de inboedel van het huis waar ze bijna een halve eeuw gewoond hebben. De sjoelbak ging naar mijn zoon. Zelf kreeg ik het majokacheltje in bezit. Beide voorwerpen vertellen over de oorlog. Boven het poortje van de ‘drie’ van de sjoelbak zit een gat in het hout. Het gevolg van een granaatscherf die door de servieskast van mijn grootouders sloeg en de bak die daar achter stond raakte. Zij woonden aan de rand van Rotterdam, langs de spoorbaan. Het spoor werd met enige regelmaat gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen. Bij luchtalarm hielden mijn opa en oma met hun vier kinderen zich schuil in de kelder tot het gevaar geweken was.

 

Het majokacheltje is een zwart metalen potje, door mijn opa zelf gemaakt. Je kon het op een potkachel zetten en het stoken met kleine stukjes hout. Je kon er een pannetje op zetten en zo een maaltijd bereiden met de schaarse middelen die in de laatste oorlogswinter voorhanden waren. Opa bracht zijn kacheltje op de markt. Het verkocht redelijk goed maar werd vooral nagemaakt. Mijn oma heette Marie, mijn vader Johan. Aan de samentrekking van hun namen dankt het kacheltje zijn naam: MaJo.

Mijn kleinkinderen spelen met de sjoelbak met het gat. Het is de vijfde generatie aan wie de sjoelbak vermaak geeft. En de derde generatie die ­ tot nu toe ­ geen oorlog aan den lijve gekend heeft. Uiteraard hoop ik dat dat zo blijft en dat mijn kleinkinderen het verhaal van het gat in vrede kunnen doorvertellen aan hún kinderen. Het majokacheltje is inmiddels driekwart eeuw niet gebruikt. Ook daarvan hoop ik dat dat zo blijft; dat we ook in de toekomst geen majokacheltjes nodig hebben. Maar ik weet dat dat niet vanzelfsprekend is. Ons huis in Indonesië, waar we een tijdlang woonden, heeft niet lang na onze terugkeer naar Nederland in de frontlinie gelegen tijdens onlusten tussen moslims en christenen. Onze auto werd gebruikt om voorraden naar het front aan ­ en gewonden af te vervoeren. Vrienden en bekenden zijn gedood in het geweld, hebben zelf anderen gedood, of zijn omgekomen in de golven toen het overvolle schip waarop ze vluchtten omsloeg. Kerken waar ik voorging en moskeeën werden verwoest. Nu is slechts één telefoontje genoeg om me weer in contact te brengen met de mensen die dat meemaakten. Mijn moeder zat in de kelder toen de bommen vielen. Mijn vader zag vanuit de dakkapel van zijn ouderlijk huis, net buiten Rotterdam, de stad branden. Langs hun huis liepen vluchtelingen de verwoeste stad uit en trokken Duitse soldaten de stad binnen. Dat is niet eens een mensenleven geleden. Op te veel plaatsen in de wereld maken mensen vandaag de dag hetzelfde mee.

Vrijheid wordt bevochten op een oorlog die nooit slaapt. Vijfenzeventig jaar vrede is een groot goed, maar kwetsbaar. Laten we waakzaam blijven, opdat onze kleinkinderen kunnen sjoelen zonder angst.