De serie columns gaat dit jaar over omgaan met veranderingen. Het viel de predikanten van Deventer-Colmschate-Schalkhaar-Diepenveen op dat ze het daar vaak over hebben. Veranderingen binnen de kerk, die om visie vragen en raken aan hun manier van werken. Maar de kerk is geen eiland: wat er in de samenleving gebeurt komt ook binnen. Zo staat geestelijke verzorging (op christelijke leest geschoeid) in instellingen staat onder druk. Sinds twee jaar is in het Deventer Ziekenhuis bijvoorbeeld geen pastor meer werkzaam. Dit jaar schrijven de predikanten bij toerbeurt over hoe zij omgaan met veranderingen. Het christelijk geloof geeft daar alle aanleiding toe, gericht als dit is op verandering, bekering of ommekeer.

“Ieder woelt hier om verandering en betreurt ze dag aan dag”, zo klinkt een versregel uit begin 19de eeuw. In deze regel klinkt het weerbarstige van verlangen naar en tegelijk treuren om veranderingen. Veranderingen waarnaar men uitziet èn zorg en spijt ten aanzien van de veranderingen die plaatsvinden. De dubbele houding ten aanzien van veranderingen is blijkbaar niet iets alleen van onze tijd. Voor ons gevoel gaan de veranderingen nu wel heel snel op welk levensgebied dan ook, maar dat zeggen we dan wel met onze blik vanuit de tegenwoordige tijd. Voor mensen van bijvoorbeeld ‘de ijzeren eeuw’ zal het geweldig spectaculair zijn geweest om de stoomtrein te zien rijden en machines te zien draaien in de fabrieken.

Denkend aan de veranderingen en dat dit stukje over Pinksteren zal gaan, kwam de vraag bij me op hoe het zit met de tijdsgeest en de Geest van God. Dat is niet alleen een vraag van ons in deze tijd, maar is een vraag ge-weest van mensen in alle tijden, ook in de tijd waarin de Bijbel is geschreven. De tijdsgeest domweg afwijzen lijkt me geen optie: je ontneemt je daarmee de kans de mensen om je heen en je eigen tijd te verstaan, te begrijpen. Je wilt zelf ook graag meegaan met de tijd en haar ontwikkelingen. Maar zondermeer de tijdsgeest volgen, zonder een kritische notie lijkt me evenmin goed. Maar waar haal je dan de kritische notie vandaan? Waarop is dat besef dat een kritische blik nodig is op gebaseerd?

Dan grijp ik toch terug op de verhalen uit de Bijbel. Verhalen die ontstaan zijn in verschillende tijden met elk hun eigen tijdsgeest. Dan valt mij op hoe er een soort van rode draad door al die verhalen, OT en NT, heenloopt. In welke tijd het volk Israël ook leeft: of ze vanuit de bevrijding uit de slavernij door de woestijn op weg zijn naar het beloofde land of dat ze leven in het beloofde land, of weggevoerd zijn in ballingschap: steeds weer klinkt de -roep om recht doen, om niet de groten van de aarde naar de ogen te zien, maar naar de kleinen: de zwakken, zij die niet gezien of gehoord worden. Het Nieuwe Testament is daarin niet anders.

Vertaald naar onze tijd betekent dit: kritisch kijken naar de tijdsgeest en de veranderingen die zij teweeg brengt: Wordt aan mensen recht gedaan? In het bijzonder de mensen die klem zitten of niet volop mee kunnen doen. Of krijgen zij juist de gelegenheid om tot hun recht te komen omdat er meer van hun eigen kunnen wordt uitgegaan? Is er ruimte voor de waardigheid van mensen, ook al zijn ze ‘anders’ in welke zin dan ook? De Geest van God kan zowel rust en zin en samenhang geven (Lied 655) als ook onrust en vlammen (Lied 691). Het is niet simpel, maar duidelijk is het wel dat de Geest van God ons leven doet en dat is nu eenmaal niet altijd rustig, maar gelukkig ook niet altijd onstuimig.

Ds. Trijnie Plattje

predikant pg Colmschate-Schalkhaar