Een hart vol verwondering

Afgelopen jaren verbleef ik samen met een groep van 25 jongvolwassenen vier dagen in het Lioba-klooster van Egmond-Binnen. In het klooster zaten we op een gegeven moment in een kring. De kaars die in het midden stond, werd door een jongere aangestoken.

De vraag die ik hen stelde was: ‘Neem iemand in je gedachten die je inspireert. Die je vertrouwen heeft gegeven. Bij wie je mocht zijn ‘wie je bent’.

De volgende stap was – en ik deed dat als eerste voor – om in het midden bij de kaars te gaan staan en dan een persoon te noemen die je in gedachten had.

Ik stond op voor mijn vader en besefte weer dat hij mij vooral heeft geleerd om te blijven kijken met de ogen van een kind dat iets voor de eerste keer ziet. Vele studenten vergezelden mij rondom het licht van de kaars. We bleven even staan voor onze vaders. Eén minuut. Een gedenkwaardig moment.

Vervolgens gingen we weer zitten. Andere jongeren gingen staan voor andere familieleden (moeders, grootouders, ooms en tantes) of (overleden) vrienden. Sommigen gingen zelfs meerdere keren staan. ‘Wat ben je dan rijk’, dacht ik.

Daarna gingen de jongeren met iemand in gesprek, die hij/zij nog niet kende! Ze deelden met elkaar waar het echt in het leven om gaat. Wat bezielt je? Hoe wil je in het leven staan? Wie inspireerde je? Hoe gaf die persoon jou moed en kracht om door te gaan? Op welke manier hielp die jou om je dromen waar te maken?

De jongeren waren vol verwondering over de gesprekken. Zo open, zo eerlijk.

Ze hoefden zich niet mooier voor te doen dan ze zijn. Juist bij iemand die ze nog

niet zo goed kenden. Een gebeuren waar ze met hun verstand niet bij konden –  vol verwondering waren ze – en dat raakte aan het mysterie van het leven.

Telkens als ik eraan terugdenk, verschijnt er een glinstering in mijn ogen.

Een godsgeschenk.

Arent Weevers

Studentenpredikant