In het jaar waarin we 500 jaar Protestantisme gedenken zullen we de gevleugelde worden ‘Hier sta ik’ vaak horen. Woorden die aan Luther zijn toegeschreven, gevolgd door ‘ik kan niet anders’. Tijdens een verdedigingsrede in 1521 had hij aangegeven in geweten aan het Woord van God gebonden te zijn. Daarom kon hij niet tegen zijn geweten ingaan. ‘Zo helpe mij God.’ Anderen hebben dat al snel verdicht tot ‘Hier sta ik, ik kan niet anders. Zo helpe mij God.’ De columns van predikanten en kerkelijk werkers gaan dit jaar over ‘Hier sta ik’. Het kan een plaatsbepaling zijn, maar ook een heel andere vorm aannemen.

‘Jozef, zoon van David, wees niet bang Maria bij je te nemen’

In zijn droom verscheen een engel van de Heer. De engel zei: “Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen” (Matteüs 1: 20)

In een klooster op Kreta vind je deze eeuwenoude muurschildering. Het fresco vertelt van de engel die in Jozefs droom verschijnt nadat hij besloten had Maria te verlaten. Links zie je Jozef, rechts Maria. Hun lichaamshouding is dezelfde. Beiden ondersteunen hun gezicht met hun rechterhand. De linkerhand van beiden hangt futloos neer. Alsof ze verdriet hebben van wat gebeurt. Dan komt de engel, boven Jozef. Met zijn rechterhand maakt hij een zegenend gebaar. Jozef wordt een gezegend mens.

Soms ontmoet je een engel op je weg. Zomaar een mens die jouw pad kruist en zegt waarop het staat. Die jou raakt met woorden die ertoe doen. Iemand die jou op andere gedachten brengt, die jou net dát zetje geeft wat je nodig hebt om ánders te gaan kijken, ánders te gaan denken.
Dat overkomt Jozef. Hij vindt de moed om die onmogelijke stap te zetten: Jozef ontwaakte uit de droom en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen; hij nam Maria tot zich. Dat vraagt vertrouwen. Vertrouwen in Maria. Vertrouwen in zichzelf – het was immers een droom – dromen zijn bedrog? Hoe kan dit waar zijn? En vertrouwen in God.
Soms, om je leven van een dood spoor op een andere rails te krijgen, moet je een wissel omzetten. Een wissel naar het ongewisse. Een sprong in het diepe. God zegene de greep. Jozef waagt die sprong.
Een paar maanden later baart Maria haar zoon. Je zou denken dat Jozef dit keer wel als blijde vader zal worden afgebeeld. Maar op de afbeelding is dat allerminst het geval. In zijn houding lijkt de man naast Maria verbazend veel op de Jozef van de eerste afbeelding. Het lijkt alsof hij afwezig is. Maar niets is minder waar. Op deze wijze afgebeeld, staat Jozef voor de beschouwende mens. Voor ieder mens die overweegt, overpeinst, het wonder dat is geschied.


Misschien ben jij een mens als Jozef. Geen uitbundige kerstvierder. Maar diep in je weet je je geraakt door de zorgende Vader, de liefhebbende Zoon, en de troostgevende Geest. Van Gods liefde word je stil. Zoals Jozef. Wie weet denkt hij na over al die zaken waarvan de Bijbel vertelt: een Kind voor ons, van God gegeven. God die naar ons omziet in de weerloze mens van Bethlehem. De Koning in een kribbe. Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. Die de zonden der wereld wegdraagt. Die heel maakt wat gebroken is. Die een weg met ons gaat, door duisternis heen naar bevrijdend licht. Die ons een nieuwe hemel en een nieuwe aarde laat zien. Dat alles vieren wij met Kerst. En Jozef is de mens die dat overdenkt.
ds. Henk Schuurman