Aansluitend bij het jaarthema ‘ontmoeten’arrangeren we dit jaar een achttal ontmoetingen tussen jongeren en ouderen. In iedere Kerkklanken plaatsen we een verslag van zo’n ontmoeting onder de titel ‘In gesprek’. De aftrap wordt gegeven door Gerda de Bree (70 jaar) en Noud Vossebeld (17 jaar). Ze spreken elkaar over hun vrijwilligerswerk. Gerda opent het gesprek.Toen zij met haar man Simon ongeveer vijfentwintig jaar geleden vanuitAlmelo naar Colmschate verhuisde, werd ze al snel contactpersoon, vertelt ze. Ook was ze actief op de school van de kinderen. Ze werd lid van de cantorij, zit in de liturgische bloemschikgroep en in de commissie facelift van het kerkgebouw. Op vrijdagmorgen en af en toe ’s avonds is ze gastdame, schenkt koffie en zorgt voor de planten. Jaarlijks zet ze zich in voor de rommelmarkt, nu ColmMarkt.

Dat alles ontlokt Noud de opmerking “Wat superveel dingen zeg, u kunt niet stilzitten!” Noud vertelt daarop wat hij deze zomer gedaan heeft. Hij was mee naar Oekraïne. Om geld bijeen te brengen kocht hij oude fietsen op, knapte ze op en verkocht ze met winst. In Nagy Dobrony heeft hij onder andere een metersdiepe kuil gegraven voor een trampoline; een zware klus. Het was zijn eerste vrijwilligerswerk en hij is volop aan de bak geweest. “Maar”, zegt hij ervan, “ik werd iedere dag beloond. Er was lekker eten, veel vrolijkheid, dankbaarheid van de kinderen van het weeshuis. Ik heb er toffe vrienden aan overgehouden. Het was één grote vakantie.”

Op de vraag wat hen bewoog om in het vrijwilligerswerk te stappen, antwoordt Gerda dat ze het aanvankelijk deed om na haar verhuizing mensen te leren kennen. Ook vindt ze contacten in de samenleving hebben en je inspannen voor anderen belangrijke motieven. Noud rolde op een andere manier in het CUCwerk. Zijn zusje was gevraagd mee te gaan en zij vroeg hem of hij ook zin had. Hij was eerst gereserveerd. Hij zou met een vriendengroep op vakantie gaan. Maar toen hij zich wat verdiepte in het CUC, werd hij gaandeweg enthousiaster. Hij koos voor het CUC. Zijn vrienden vonden dat niet leuk. Maar Noud merkte dat hij in een heel speciale groep terechtkwam; jongeren met een zelfde enthousiasme en gedrevenheid die een deel van hun vakantie geven voor dit werk. Niet iedereen wil dat.

Nouds aanstekelijke woorden spreken Gerda aan: “super dat je er als jongere zo instaat!” Op zijn beurt vindt Noud Gerda’s vrijwilligerswerk ‘supergaaf en interessant’. “Dat u zich als ik het zo hoor ongeveer elke dag inzet! Respect! Ik hoop dat ik dat ook kan doen als ik uw leeftijd heb.” Ze herkennen zich in elkaars werk. “U bent een mensenopzoeker” zegt Noud. “Dat ben ik ook. Een paar jaar geleden gamede ik veel. Maar ik zat daarmee in m’n eigen wereld en vond dat op den duur saai. Ik ben gaan werken in plaats van gamen. Deze zomer ben ik lekker bezig, terwijl ik vrienden zie die zich eigenlijk vervelen”.

Gerda waardeert het van Noud dat hij mensen in Oekraïne ging helpen. Dat herinnert haar aan haar overleden man Simon. Simon is vele jaren meegeweest naar Oekraïne. Had zij zelf het vrijwilligerswerk van Noud willen doen? Gerda antwoordt dat dat vooral iets van haar man was en dat dat voor haar om gezondheidsredenen niet mogelijk was.

Op zijn beurt zou Noud het wel leuk vinden om iets met bloemen te doen, maar contactpersoon zijn ziet hij niet zitten. “Ik weet ook eigenlijk niet zo veel van de kerk, ik ben niet kerkelijk opgevoed. Maar ik vind het wel supergaaf wat jullie doen.” Aan het eind van de ontmoeting trekken ze de conclusie dat het best bijzonder is dat ze zo ­ oud en jong ­ met elkaar in gesprek zijn. “Eigenlijk kom ik mensen van uw leeftijd nooit tegen” zegt Noud. Door dit gesprek is dat nét even anders geworden. Gerda en Noud, bedankt en het ga jullie goed!
ds. Henk Schuurman