Dit is mijn plek: Lettele

Een serie gesprekken op locatie over het jaarthema ‘open vertrouwen’. Telkens nodig ik iemand uit op een plek in Deventer die een bijzondere betekenis voor haar
of hem heeft. Deze keer: onze nieuwe scriba Bertus  Wernsen.

We hebben afgesproken op de hoek van de Nieuwedijk en de Oerdijk. Als ik aankom, staat Bertus al op mij te wachten. In rap tempo fietsen we naar Lettele. “Deze
route maakte ik vroeger dikwijls, en nu ook weer wekelijks”, vertelt Bertus. “Elf jaar geleden verruilden wij Deventer voor Amersfoort, sinds mei zijn we weer terug.
Ik was destijds lid van de muziekverening van BathmenLettele. Ik speelde slagwerk. We repeteerden in café Spikker in Lettele. Nu ben ik vrijwilliger op de buurtbus,
die staat geparkeerd net voor Okkenbroek. Daar begin ik mijn dienst en dan fiets ik dit stuk heen en terug. Ik vind  het telkens weer prachtig. Ja, hier geniet ik van. Lettele
doet me denken aan mijn geboortedorp Hoogland. Toen een agrarische omgeving, nu opgeslokt door Amersfoort, maar destijds zo’n dorp net als Lettele. Die dampige
weilanden, de geur van het kuilgras! Als ik hier fiets en in Lettele ben, zie ik gewoon m’n jeugd weer terugkomen.
Wat ik bij de muziekvereniging aantrof was de saamhorigheid, men kende elkaar. Dat herkende ik van Hoogland. En dan de omgeving; bomen, weilanden, het
coulissenlandschap. Lettele hoort daarbij. Dit is mijn plek”

We zijn inmiddels in Lettele aangekomen. We maken een foto bij de bushalte waar Bertus vanmiddag weer langs zal rijden. Bij een kop koffie vraag ik Bertus wie de man achter het slagwerk en het stuur van de buurtbus is. “Ik heb bij de Belastingdienst gewerkt. Ik was fiscalist, eerst in de controle, later in de fiscale techniek. Ik had meer met letters dan met cijfertjes. Ik ben een
pragmaticus en vrij nuchter. Mijn leven lang heb ik vrijwilligerswerk gedaan, afwisselend bij de muziekvereniging en binnen de kerk. Als je ergens lid van bent, moet je er ook aan bijdragen vind ik. Ik ben net een kleine vier jaar voorzitter van de muziekvereniging in Hoogland geweest. Nu is de kerk weer aan de beurt. Ik zag in het kerkblad al die vacatures. Ik dacht: ik kan
beter iets kiezen wat bij me past, dan dat ze me later komen vragen voor iets waarmee ik minder affiniteit heb.
Ik ben eerder al voor een korte periode scriba geweest.Ik vond dat een leuke job. Organisatie en planning, dat ligt mij wel. Ik heb mezelf aangemeld, dat is tamelijk uniek merk ik.

Op mijn vraag wat we van Bertus mogen verwachten, antwoordt hij: “Ik zal best wel eens kritisch naar dingen kijken, of ze uitvoerbaar zijn ­ daar komt die pragmaticus weer boven. Ik zal ook wel wat initiatieven gaan nemen.
Ik ben van plan regelmatig in het kerkblad te gaan schrijven van wat er zoal gebeurt. Transparantie is belangrijk. Ik zou bijvoorbeeld over ontwikkelingen in de PKN en over Kerk 2025 willen schrijven.”

“Dit is mijn plek” ­ geldt dat ook voor jou en je vrouw Alice als het om de PGCS gaat?” vraag ik. Bertus: “Ja, we kenden de gemeente al uit onze vorige periode. We voelden ons er ook toen thuis. We zijn als vanzelfsprekend weer hier naartoe gegaan. Het is een open gemeente, er is ruimte voor allerlei meningen, het is geen zware kerk. En we kenden hier al heel wat mensen. Dat maakte ook dat we ons hier weer thuis voelen.”

Wat vindt hij van het jaarthema ‘open vertrouwen’? “Het is een goede beschrijving van hoe je kerk wilt zijn, maar als thema is het nogal algemeen. Je kunt dat bij elke kerk plakken, je kunt het bij allerlei activiteiten plaatsen, maar het thema zelf biedt niet heel veel concrete ideeën. Ik vind het zoiets als ‘omzien naar elkaar’. Dat staat ook vaak in beleidsplannen en dan denk ik: ja, dat is algemeen, elke kerk zal dat onderschrijven. Als ik zelf een thema had mogen kiezen, had ik wat meer concreets gezocht. Het zijn meer eigenschappen van de kerk dan een thema. Maar
als eigenschappen natuurlijk wel heel mooi.”

De koffie is op. Over twee uur begint Bertus’ dienst op de buurtbus. Dan rijdt hij weer naar het mooie Lettele; dat is zijn plek.
d