Dit is mijn plek: De Bannink

Een serie gesprekken op locatie over het jaarthema ‘open vertrouwen’. Telkens nodig ik iemand uit op een plek in Deventer die een bijzondere betekenis voor haar of hem heeft. Deze keer ontmoet ik Janna Nieuwenhuis op de plek waar ze al vijfenzestig jaar woont: boerderij ’t Rodiek in de buurtschap De Bannink.

Als je vanaf de drukke Holterweg de Rodijksweg inslaat, verandert de omgeving als bij toverslag. De eenzame weg kronkelt door het bos om even later, omzoomd door oude eiken, het weide­- en akkerland van De Bannink te doorsnijden. De weg brengt je bij een oude boerderij. Daar heb ik afgesproken met Janna Nieuwenhuis. Dit is haar plek. Janna vertelt: “

Ik ben in Eefde geboren, ook op een boerderij. Mijn man is hier geboren, evenals zijn vader. In 1954 trouwden we, ik ben er zo bij ingestapt. Dat inwonen is goed gegaan, maar soms was het wel moeilijk. Mijn man deed samen met mijn schoonvader de boerderij. Eigenlijk had hij vrachtwagenchauffeur willen worden, maar ja dat was vroeger zo; als er één jongen was, nou die moest op de boerderij komen. We hadden een gemengd bedrijf. ’s Winters hadden we de koeien op stal staan, hier op de deel, en ’s zomers hadden we een melkstal achter de schuren. Maar toen kwam de melktank en moesten de bussen weg. Je moest groter worden. Toen hebben we de koeien weggedaan. We hadden eigen slacht. Ik maakte balkenbrei. Ik heb altijd meegewerkt, melken, de kalveren voeren, aardappels rapen, bieten rooien, hooien, rogge en haver binden op het land ­ dat was toen nog. Aardappels rooien vond ik het mooiste. De mannen gingen voor, met de greep de aardappels eruit en dan een stelletje gaarders erachter; dat was heel veel schik. Dan kreeg je koffie op het land, er kwam iemand langs om werk, die deed dan mee. Knollen trekken was het naarste werk. Niet om die knollen te trekken, maar dan had het gesneeuwd of gevroren en dan was dat allemaal nattig en koud. Alles met de hand. Ik heb hier dertig jaar met mijn man gewoond. Ik hoop hier ook te sterven. Maar ja, als ’t niet anders kan… Ik ben wel gewend aan oude mensen. Ik schenk koffie op Huize Salland. Maar dit is mijn plekje.”

Geldt dat ook voor onze gemeente en voor de Ichtuskerk? “Jazeker. Het was in 1996. Toen kwam dominee Olaf Haasnoot. Die belde op. “Ja, ik dacht zo bij m’n eigen”, zei hij, “zou je geen ouderling willen worden?” Ik zei: “Nou, daar overval je me toch mee. Dat weet ik niet, daar moet ik eerst over prakkizeren. Maar met al dat nadenken schoot ik ook niet veel op. Op ’t laatst heb ik maar gezegd “Lieve Heer, geef me eens een teken.” Een hele poos later hoorde ik een lied op de radio en dat bleef steeds bij me: Grijp toch de kansen door God u gegeven. Tenslotte dacht ik: dát is het teken dat ik gevraagd heb; Grijp toch uw kansen. Toen heb ik ja gezegd. Ze waren er wel blij mee. ‘k Heb het zes jaar gedaan, als ouderling, hier op de Bannink en in het buitengebied. Dat was goed. Maar ik was er wel druk mee hoor. Want ik was ook nog contactpersoon. Dat heb ik vijfendertig jaar gedaan. En ik schreef in de nieuwsbrief. Dat was toen elke maand. Ik was erg van de gedichten. Als ik een mooi gedichtje zie knip ik ’t uit. Ik heb ook boekjes met gedichten. Elke maand had ik een gedichtje wat er precies bij paste; als er iemand ziek was, of overleden, of als het koud was of sneeuw lag, of bij de tijd van rogge maaien.”

Janna heeft heel wat zien veranderen in de kerk: “Toen ik hier kwam, dan kwamen we binnen in de kerk, dan gingen de mannen staan en even bidden, de vrouwen gingen zitten. Er waren banken en op het koor stond een grote tafel. Daar werd het avondmaal gevierd. Op de voorste banken stond een collectebus, daar deed je geld in voordat je naar het avondmaal ging. Je kon niet zien wat er inging. Maar er zijn niet veel mensen meer die dat weten. ‘t Is nu allemaal anders. Toen de kerk verbouwd moest worden ging de preekstoel weg. O, wat waren de mensen daar ontevreden over! Ja, die preekstoel, dat was eigenlijk een beetje een heilig voorwerp. Daar zijn wel mensen van weggebleven hoor. Later zat ik in de beroepingscommissie. Dat was met Wilfrieda. Toen kwamen er allemaal mensen bij me en die vroegen ‘Janna, wat vind jij daar nou van?’ Dat was wel even wat hoor. Daar zijn ook mensen van weggebleven, naar een andere kerk gegaan. Ik was ook bij de Hervormde Vrouwen Groep. We deden bazar, één keer in het jaar; dat was altijd voor de kerk. Een keer voor matten, een andere keer voor gordijnen. We breiden daarvoor, we maakten van alles daarvoor. Mevrouw Salm was presidente. Dat was de vrouw van dominee Papineau Salm, de vader van Aagje. We zeiden altijd dominee Salm, vandaar. Hij heeft ons ook getrouwd.”

Gevraagd naar het jaarthema open vertrouwen antwoord Janna: “Ach, ik geloof dat je het gros van de mensen wel vertrouwen kunt. Maar ja, er zullen er altijd wel een paar blijven… Maar niet te veel aan vertellen… En open vertrouwen; naar de regering toe? Ik weet niet wat ik daarvan denken moet. Ik wil wel graag vertrouwen, maar als er dan wat is… Als je oud wordt dan beleef je wel wat…

Het gesprek gaat nog lang door. Janna heeft heel wat te vertellen. Tenslotte nemen we afscheid. Ik fiets de weg terug naar de Holterweg. Voor ik het bos infiets, kijk ik nog een keer om. Het koolzaad is net van het land. Mooie omgeving, die Bannink. Even mooi als deze ontmoeting.

ds. Henk Schuurman