Zo’n 1250 jaar geleden stak Lebuinus de IJssel over als missionaris.Al 1250 jaar leeft sindsdien de kerk hier in Salland. Ze wist zich op vele plaatsen te handhaven door de eeuwen heen, kent donkere en lichte perioden in haar bestaan, maar is nog steeds springlevend. Nog steeds zijn er vele mensen die verspreid over diverse kerkgenootschappen inspiratie vinden in het christelijk geloof. In Deventer wordt de oversteek van Lebuinus in elk geval feestelijk omlijst, een jaar lang. En bij een feest horen liederen. Die heeft de kerk in overvloed tot haar beschikking. Ook het nieuwe Liedboek getuigt daarvan.Aan de voorgangers van de PKN gemeenten en enkele kerkelijk werkers in deze regio wordt dit jaar de vraag voorgelegd: In welk lied uit het Liedboek licht iets op, wat jou inspiratie geeft? Welk lied is voor jou een bron van licht?

“Aanschijn der aarde,  wie zal jou vernieuwen?:

 

Tijdens mijn studententijd inAmsterdam was ik lid van de Keizersgrachtkerk. Een basisgemeente met een grote maatschappelijke betrokkenheid bij mensen in de stad en in de wereld.Als tegenwicht tegen de aandacht voor armoede en onrecht was er de weldadige aandacht voor muziek en liederen tijdens de zondagsviering. Een topper was en is voor mij nog steeds het lied ‘De tafel der armen’van Huub Oosterhuis met muziek vanAntoine Oomen. Een lied dat mij diep ontroert.

Het lied begint idyllisch: bloei in de luwte van tuinen, de hete zon op de akker, aardekracht, zonkracht, licht in mensen. Mensen die elkaar tot vreugde zijn. De tafel der armen is gevuld. Wat wil je nog meer?

Dan slaat de toon in het lied om en komt er een indringende vraag. Maar wie niets hebben, wie zal hen hieraan deelgeven? Ineens staan we weer met beide benen op de grond. Niet iedereen is blijkbaar genodigd aan de tafel. Er zijn er ook met wie niet gedeeld wordt. De realiteit is anders dan de droom.

Terwijl ik dit schrijf, staan de nieuwsberichten in het teken van droogte hier in Nederland. Oogsten dreigen te mislukken door de té hete zon op de akkers. Honger zullen we hier niet krijgen, omdat we van ver kunnen halen wat we nodig hebben. Ik vraag me echter af: “Komt een ander elders dan niet te kort?” Zij die niets hebben.

En die in weelde zwelgen en van niets weten, wie zal hen naar gerechtigheid doen verlangen?Aanschijn der aarde wie zal jou vernieuwen? De vragen in dit lied, zijn ook mijn vragen.

Het lied besluit met: Z/Hij die alles zal zijn in allen heeft ons bestemd om aarde, jouw aanschijn te vernieuwen. Het is ónze bestemming om zorg te dragen voor de aarde. Hier en nu. Samen. Naar eigen kunnen. Er gaat een sterk appèl uit van dit lied. En toch voel ik me niet overvraagd, eerder gesterkt. Z/hij, die alles zal zijn in allen, geeft ons daartoe wat wij nodig hebben: mededogen, wijsheid, kracht, moed, hoop. Ik zie het om me heen gebeuren: mensen die zich verbonden voelen met al wat leeft en van daaruit handelen…om de wereld weer een beetje mooier te maken.

Anna van der Maas, geestelijk begeleider

Wat in stilte bloeit, in de luwte van tuinen,

onder de hete zon, op de akker,

heeft Z/Hij bestemd voor de tafel der armen.

Aardekracht, zonkracht is Z/Hij,

licht in mensen dat wij elkaar verblijden en doen leven,

brood van genade worden, wijn van eeuwig leven.

Maar wie niets hebben, wie zal hen hieraan deelgeven?

En die in weelde zwelgen en van niets weten,

wie zal hen naar gerechtigheid doen verlangen?

Aanschijn der aarde, wie zal jou vernieuwen?

Z/Hij die alles zal zijn in allen, heeft ons bestemd om, aarde, jouw aanschijn te vernieuwen.

Bron: Verzameld Liedboek – Huub Oosterhuis; Hij is veranderd in Z/Hij.