Zo’n 1250 jaar geleden stak Lebuinus de IJssel over als missionaris.Al 1250 jaar leeft sindsdien de kerk hier in Salland. Ze wist zich op vele plaatsen te handhaven door de eeuwen heen, kent donkere en lichte perioden in haar bestaan, maar is nog steeds springlevend. Nog steeds zijn er vele mensen die verspreid over diverse kerkgenootschappen inspiratie vinden in het christelijk geloof. In Deventer wordt de oversteek van Lebuinus in elk geval feestelijk omlijst, een jaar lang. En bij een feest horen liederen. Die heeft de kerk in overvloed tot haar beschikking. Ook het nieuwe Liedboek getuigt daarvan.Aan de voorgangers van de PKN gemeenten en enkele kerkelijk werkers in deze regio wordt dit jaar de vraag voorgelegd: In welk lied uit het Liedboek licht iets op, wat jou inspiratie geeft? Welk lied is voor jou een bron van licht?

Zegen, God, mijn kleine koe, zegen, God, mijn verlangen, zegen ons samenleven,

Kleine koe

Zegen, God, mijn kleine koe,

zegen, God, mijn verlangen,

zegen ons samenleven,

mijn koe en ik, en de manier waarop ik haar melk.

Zegen, God, elke speen, zegen iedere vinger, iedere druppel die in mijn schaal valt.

Zegen, God, mijn kleine koe.

uit: The Carmina Gadelica Nieuw Liedboek pagina 1525

Schots gebed
Nee, het is geen lied, deze tekst uit het Liedboek. Het is een van de gebeden en gedichten die naast alle liederen ook in het Liedboek staan. Het gebed is opgetekend door Alexander Carmichael. Aan het eind van de negentiende eeuw werkte hij als belastingontvanger op de Schotse Hebriden. Op de afgelegen eilanden bleef hij dikwijls bij vissers en boeren slapen. Daar hoorde hij de oude verhalen, gedichten, liederen en gebeden die de eenvoudige en arme bevolking zong en bad. Hij verzamelde de teksten, die uiteindelijk in zes delen gepubliceerd werden: de Carmina Gadelica, ‘Gaelic Liederen’(het Gaelic is een Keltische taal)

 Mijn koe en ik

Het gebed ‘kleine koe’raakt me telkens weer als ik het lees. Het leven is erin teruggebracht tot de boerin en haar koe. Hun samenleven. Een diepe, aardse verbondenheid; ‘mijn koe en ik’.Tegelijk een verbondenheid met de hemel, met God. Het verlangen van de vrouw waarover zij Gods zegen vraagt, spreekt zij niet uit. Maar het lijkt te gaan, niet om grootse dingen, maar om haar eenvoudige leven, en wie weet om haar over­leven, samen met haar koe. Haar koe is klein en geeft weinig melk. Bij het melken heeft ze geen emmer nodig, maar slechts een schaal. Die ze druppelsgewijs vult. Uit haar gebed spreekt zorgvuldigheid, aandacht en liefde. De manier waarop zij haar koe melkt, elke speen, elke vinger, iedere druppel melk ­ dat alles behoeft de zegen van God. Het klinkt, ondanks wellicht bittere armoede, idyllisch. Och ja, wás het maar zo. Maar zou God zich bemoeien met elke speen en met iedere druppel melk?

Groentesnijden

Tja, waarom niet?Als ik probeer dit gebed toe te passen op mijn eigen leven, dan vraag ik of er zegen mag rusten op elke toetsaanslag die ik typ, elke mail die ik zend, elk appje waarmee ik reageer, iedere ontmoeting die ik heb, ieder woord dat ik spreek. Het gebed van de kleine koe bepaalt mij bij de manier waarop ik boodschappen doe, groente snijd en eten kook. En hoe ik omga met anderen en met deze wereld. De Schotse boerin inspireert mij om te leven met aandacht en zorg voor de aarde, en voor mens en dier om mij heen. Zegen God, mijn kleine leven.

ds. Henk Schuurman predikant van de Protestantse Gemeente Colmschate­Schalkhaar