Zo’n 1250 jaar geleden stak Lebuinus de IJssel over als missionaris.Al 1250 jaar leeft sindsdien de kerk hier in Salland. Ze wist zich op vele plaatsen te handhaven door de eeuwen heen, kent donkere en lichte perioden in haar bestaan, maar is nog steeds springlevend. Nog steeds zijn er vele mensen die verspreid over diverse kerkgenootschappen inspiratie vinden in het christelijk geloof. In Deventer wordt de oversteek van Lebuinus in elk geval feestelijk omlijst, een jaar lang. En bij een feest horen liederen. Die heeft de kerk in overvloed tot haar beschikking. Ook het nieuwe Liedboek getuigt daarvan.Aan de voorgangers van de PKN gemeenten en enkele kerkelijk werkers in deze regio wordt dit jaar de vraag voorgelegd: In welk lied uit het Liedboek licht iets op, wat jou inspiratie geeft? Welk lied is voor jou een bron van licht

Zolang gij nog onzichtbaar zijt, een zon diep in de nacht,

Tot mijn verbazing weet ik niet meer hoe ik eraan gekomen ben, maar het staat al jaren op een vaste plek in onze boekenkast: een kaartje met een bronzen beeld van Willem Barnard. Daarnaast de regels uit lied 512, vers 5:

Zolang gij nog onzichtbaar zijt,

een zon diep in de nacht,

roep ik uw nadering reeds uit

omdat ik U verwacht.

De tekst komt niet van Barnard zelf; het is een lied van John Newton (1725­1807). Maar wie de Engelse tekst opzoekt, ziet dat precies vers 5 ontbreekt; voor zover ik kan nagaan, heeft Barnard er een vers van eigen hand in gesmokkeld. Een vers dat de verzen van Newman overtreft.
Dit lied stond in het centrum van onze huwelijksdienst. Dat is op zichzelf wat opmerkelijk, aangezien het eindigt met een verwijzing naar de dood: ‘Als eens mijn eigen adem stokt/dan draagt mij uw muziek’. Jonge, onbezonnen bevlogenheid misschien.Tegelijkertijd verwoordde het lied voor ons toen het besef dat liefde groter is dan wijzelf; liefde is een onuitputtelijke zee die ons zal overnemen of opnemen op het moment dat wij het zelf moeten opgeven.

Het vers is voor mij tastbaarder, lichamelijker dan het abstracte woord ‘licht’. We verlangen naar de warmte van zonnestralen, de goudgele bundels die door het raam naar binnen vallen, de explosie van kleuren wanneer de zon opkomt. Tegelijkertijd blijft ook de zonsopgang natuurlijk een metafoor. Maar waar gaat het dan om? Enkel om het leven na de dood? Dat denk ik niet. Ik denk dat het Barnard gaat om een naderende tijd van volheid, een oog­in­oog ontmoeting met het onuitputtelijke leven zelf. Momenten van ervaring van een leven zonder de zwaarmoedigheid, zonder de dood, zonder de onderdrukking en het verzwijgen van mensenlevens, zonder het grote vergeten. Leven in barstende volheid.

Een zon, diep in de nacht; leven te midden van de dood; het doet me ook denken aan een gedicht dat Barnard onder zijn pseudoniem schreef (Van der Graft).

Boort zich een begraven woord

Slapend naar de oppervlakte,

Komt een wortel door de grond heen

Zich verbloemend aan het licht,

Is weer toekomst onvermijdelijk,

Dagen die zoek raakten komen terug,

Namen die zwegen worden hoorbaar,

Onweerlegbaar het gebeurde.

Zeg mij de taal die dat verstaat,

Tastbaar in een lichaamsstilte,

Warm zonder een geur van wraak.

Matthias Kaljouw Pioniersplek Vondst Protestantse gemeente Deventer