Jeruzalem is bijna bereikt. Jezus stuurt twee van zijn leerlingen erop uit om een veulen te halen, dat nog nooit door iemand bereden is. In wat volgt wordt het beeld getekend van de Messiaanse koning onderweg naar Jeruzalem, stad van de vrede.

Lucas vertelt hoe Jezus huilt bij het zien van de stad. Er is sprake van intens verdriet, omdat in de stad van de vrede, de vrede ver te zoeken is.

Op deze zesde zondag van de veertigdagentijd, horen we hoe vele voeten (zie schoenen) zich haasten om getuige te zijn van Jezus’ intocht in Jeruzalem. Feest en verdriet mengen zich. Tussen en op de stenen van de stad glinsteren de tranen (zie parels).

Schoenen aan om met hem op weg te gaan

die ons voorgaat naar de ander

ons voorgaat naar leven

juichen om de koning op een ezel die komt om te redden

tranen vanwege vrede die nog niet zal zijn

God sterk ons verlangen naar wat vrede brengt.