Een soepel bewegend lichaam van Christus

In onze contacten als predikanten en kerkenraden met elkaar in de regio komt altijd het onderwerp bemensing van de organisatie aan de orde. En in meer of mindere mate is er overal hetzelfde probleem van de moeilijkheid om mensen te vinden. Het gaat dan om taken die omvangrijker zijn dan een deeltaak uitvoeren. Denk aan rollen als ouderling, diaken, voorzitter of coördinator. Functies waar het weefsel van onze kerkelijke organisatie mee aan elkaar hangt en waarop het scharnieren kan, zoals onze gewrichten beweging mogelijk maken voor het lichaam. Mis je een gewricht, dan raakt een deel van het lichaam verlamd. Ik zie dat gebeuren in bijvoorbeeld in ons jeugdwerk, waar we zonder voorzitter kindernevendienst en zonder jeugdraad draaien. Dat werkt verlammend.

Afbeelding meditatie Kerkbladen maart 2016

We zitten volgens mij in een overgangstijd, waarbij we van de ene levenswijze in de volgende zijn gekomen en de structuren van onze samenleving kraken in hun voegen. Dat is een proces dat breder is dan de kerk alleen. Laatst nog las ik over het probleem van lokale Oranjeverenigingen om nog Koningsdag te organiseren in hun eigen plaats. De kleedjesmarkt, de optocht, de versieringen en de muziek. Het is er altijd, maar komt er niet vanzelf. En hier en daar stopt het nu. Ouders die op school meewerken met hand- en spandiensten rondom bijzondere dagen, feesten of projecten? Vaak loopt het wel, maar zijn het de enkelingen die steeds de juf of meester terzijde staan. Hoe verleidelijk is het om dan wereldwijs de conclusie te benoemen, dat dit blijkbaar manieren van doen zijn waar te weinig mensen nog op zitten te wachten en dat hun langzame verdwijnen een gezond schoonmaakproces is van de tijd. Voor mij voelt het niet als een gezond proces, maar als een abrupt afsterven van wat veel goeds heeft gebracht.

Nieuwe vormen van organiseren zouden meer vloeiend zijn, tijdelijke betrokkenheid vragen, snel bodem geven onder creatieve ideeën. Ik geloof wel dat dit beter aansluit bij de levenswijze van nu, maar mis hierin vaak nog een bodem. Want als allemaal losse individuen in tijdelijke groepjes van alles moois op poten zetten, wat komt en weer gaat, waar vind je dan nog de gemeenschappelijk-heid die ons aan elkaar verbindt? Pas als dat besef er is van wie je samen bent, pas dan kun je veelvormig alle kanten op. Is dat besef van wie je samen bent er niet, dan ben je als kerkprofessional uiteindelijk nog de enige die iedereen met elkaar verbindt. Maar op alleen de kerkprofessional als laatste scharnierpunt kan een kerkgemeenschap niet bewegen, alleen nog bungelen. Ieder voor zich vorm gevend aan zijn of haar eigen inspiratie? Dat kan prachtig werken, als je het geloof met elkaar deelt dat er een God is voor ons allen, wat dat is wat ons maakt tot broeders en zusters van eenzelfde familie.

Ds. Walter Meijles