‘En beloof je trouw je ambt te vervullen, met zorg voor een ieder die op je weg wordt geplaatst’

Het was de maandag na de bevestiging als predikant in mijn eerste gemeente, IJlst, één van Friese elf steden. Die zondag was een bijzondere en bewogen dag geweest. In een feestelijke viering was ik bevestigd door een studiegenoot en goede vriend, een volle kerk, familie en vrienden waren aanwezig. En ik had antwoord gegeven op die vragen die grotendeels overeen komen met de vragen waar ook andere ambtsdragers die bevestigd worden ‘ja’ op zeggen. Daarna koffie met oranjekoek, toespraken – kortom: het was feest.

Die dag daarna zat ik aan mijn bureau in de studeerkamer en ik vroeg me af: ‘Wat moet ik nu doen?’. in de loop van de week overleg hebben met verschillende mensen – collega-predikanten, ouderlingen, voorzitter.  Maar wat moest ik nu doen? Alvast beginnen met de zondagsdienst van de week daarop? Hoe deden predikanten dat eigenlijk? Ik had wel geleerd om een preek te schrijven of een catechisatieles voor te bereiden, maar agendaplanning hoorde niet bij de opleiding tot predikant. En al helemaal niet de vraag wat je op je eerste werkdag moest doen.

De bel ging. Snel naar de voordeur. Daar stond een vrouw, jaar of dertig oud. Ik kende haar niet, maar dat

was niet zo vreemd in een nieuwe gemeente. ‘Heeft u even tijd voor mij?’, vroeg ze. Natuurlijk had ik dat. Ik nodigde haar uit in de studeerkamer en bood haar een kopje koffie aan. Ze vertelde dat ze niet in IJlst woonde, maar hier wat bij toeval verzeild was geraakt. Ze was enkele dagen daarvoor opgenomen op de PAAZ-afdeling van het ziekenhuis in Sneek. Daar was ze bijna tegen de muren opgevlogen, en was op een gegeven moment ontsnapt. Gedachteloos was ze op pad gegaan, het spoor gevolgd, en enkele kilometers verder in IJlst uitgekomen. Ze had eigenlijk geen idee wat ze wilde. Het enige wat ze zeker wist was dat ze weg wilde van heel die ellendige situatie van wanhoop en depressie. Weg van huis, weg uit het ziekenhuis.

Toen kwam ze langs de kerk, en dacht: ‘Ik moet met de predikant spreken’. Waarom? Dat vertelde ze niet. Het was een opwelling. Ze vroeg een voorbijganger naar de predikant, en die wees haar de pastorie. Wat doe je in zo’n geval? Ik wist het niet. Weer iets waarin de opleiding niet voorziet. Dus ik deed wat ik wel had geleerd, maar vooral ook wat mijn gevoel me ingaf. Ik luisterde, stelde vragen, schonk koffie in. Na een minuut of twintig vroeg ik of het goed was als ik haar man belde. Of het ziekenhuis. Twee keer ‘nee’. Nog meer koffie, nog meer verhalen, nog meer luisteren. Na ruim een uur vroeg ik opnieuw of ik haar man kon bellen. Dat mocht. De rust in haar hoofd was enigszins teruggekeerd. Ik kreeg een dodelijk ongeruste en nu vreselijk opgeluchte man aan de telefoon. Hij kwam meteen naar ons toe.

Ik weet niet hoe het verhaal verder afgelopen is. Ik weet ook helemaal niet of ik wel ‘volgens het boekje’ gehandeld heb. Haar echtgenoot was in ieder geval vreselijk blij dat zijn vrouw weer terecht was. Ik vermoed dat er geen wonderbaarlijke genezing heeft plaatsgevonden en dat de behandeling van deze vrouw nog heel wat voeten in de aarde heeft gehad. Wat ik in ieder geval wel weet is dat zij toen ze dat nodig had een veilige plek vond waar ze verhaal kon vertellen. En dat was op dat moment het belangrijkste voor haar.

Created with GIMP
Created with GIMP

Voor mijzelf kreeg dat ene zinnetje uit de bevestigingsdienst, ‘met zorg voor een ieder die op je weg wordt geplaatst’, ineens inhoud, kleur, betekenis. En sinds die ontmoeting, iedere keer als ik nieuwe ambtsdragers mag bevestigen, en ik datzelfde zinnetje uitspreek, gaan mijn gedachten terug naar dat moment. En besef ik dat je als ambtsdrager –  predikant, maar ook als ouderling, diaken, kerkrentmeester – en eigenlijk als ieder die Christus wil volgen – geroepen bent niet om de hele wereld op je rug te dragen, maar om zorgzaam te zijn voor wie op je weg wordt geplaatst. Om het te herkennen, datgene, diegene, die jouw zorg en aandacht nodig heeft.

ds.Henk Spit

Dorpskerk Diepenveen