Op 9 november, de dag waarop duidelijk werd dat Donald Trump de nieuwe president van de VS zou worden, zat ik op een studiedag met als thema: ‘Eigen gaat voor vreemd!?’.

De dag begon met een You Tube filmpje The DNA Journey.  67 willekeurig gekozen deelnemers werd gevraagd wie ze waren, welke identiteit ze hadden. De meesten waren 100 % zeker: ze waren volbloed Brits, IJslander, Koerdisch, Oost Afrikaans. Door oorlogen die ze hadden meegemaakt, door onrecht hen aangedaan hadden ze afkeer van andere volken. De meesten waren trots op de eigen geschiedenis, de traditie waarin ze waren opgegroeid. Vervolgens werd hen gevraagd of ze bereid waren de reis van hun DNA te maken. Hun DNA werd geanalyseerd. Met vaak een zeer verrassende uitslag. Hun DNA had sporen uit verschillende landen. Één iemand had zelfs 0 % van haar eigen nationaliteit in haar DNA zitten. Sommigen hadden voorouders die ze als hun ‘vijand’ hadden aangewezen. Op de vraag ‘Wie ben je?’ kwam een aanvulling: Ze waren nog steeds wie ze waren, maar hun identiteit bleek veel ruimer te zijn. Ze hadden meer gemeen met andere mensen dan ze gedacht hadden.

De begrippen ‘Eigen’ en ‘Vreemd’ komen daarmee in een ander licht te staan. We weten ons ‘eigen’ met de familie, de groepen waartoe we ons rekenen. We weten ook van anderen, van ‘vreemden’. Daar reageren we op. Soms beschermen we onze ‘eigen’ groep, soms staan we juist open voor de ‘vreemden’ en ontvangen hen gastvrij. Van belang is dan om daarin een goede balans te vinden, waarin recht wordt gedaan aan ‘eigen’ en aan ‘vreemd’. Dat kan vanuit het besef dat we allemaal waarschijnlijk veel meer ‘vreemd’ in onze eigen familiegeschiedenis hebben zitten dan we beseffen.

Ik ben blij en trots dat veel mensen uit de kerken zich inzetten voor de vluchtelingen uit het AZC op allerlei manieren. Ik ben blij met de goede verhoudingen met de mensen uit de moskee. Ik ben blij dat er mensen zijn die zich inzetten voor mensen die moeilijk zitten: die in armoede leven, die schulden hebben, die bijna geen huis kunnen vinden die betaalbaar is. Voor een samenleving waarin een goede balans is tussen ‘eigen’ en ‘vreemd’, is het van belang dat ieder mens die onrecht ervaart, gezien en gehoord wordt. Dat hem en haar recht wordt gedaan. Of ze nu ‘vreemd’ zijn of ‘eigen’. En tegelijk dat zij niet alleen als slachtoffer worden gezien, maar juist als mensen die ook iets te geven hebben, die waardevol zijn en de gelegenheid krijgen om dat wat ze te bieden hebben ook kunnen geven.

 

We staan voor Advent en Kerst. Het thema van het kerstnummer van de Open Deur van dit jaar is ‘Welkom! over gastvrijheid.’  Ze schrijven als inleiding:

 

Gastvrij zijn is in veel culturen een vanzelfsprekendheid.
Het brengt mensen samen, maakt de aarde leefbaar.
Maar makkelijk is het niet altijd. Hoe schep je ruimte voor de ander?
Wie is er welkom, wie niet? Wat vraag je van een gast?

 

Gastvrij zijn hoort bij kerst. Vooral dán gaan veel deuren open: voor familie en vrienden,
maar ook voor onbekenden, in alle ‘open huizen’ en ‘kerst-inlopen’.

 

Kerst is een welkomstfeest: feest van de geboorte van een kind
dat een boodschap brengt van vrede en recht,
van God die onder de mensen wil wonen.
Feest van een kind dat niet welkom
was bij heersers en geen dak boven zijn hoofd had.
Dat kind heeft een plek nodig!

 

Dat er een plek voor ieder kind, voor ieder mens mag zijn waar je tot je recht mag en kan komen. Of je nu ‘eigen’ of ‘vreemd’ bent.

Gezegende kerstdagen!

 

Trijnie Plattje