Zo langzamerhand kan er weer steeds meer. Kinderen gaan weer naar school, ook de scholieren van het voortgezet onderwijs, onze haren kunnen weer worden geknipt. Familie mag weer op bezoek naar hun geliefden in de verpleeghuizen. Buiten op het terras van een ijsje of een drankje genieten: het kan allemaal weer. In de gezondheidszorg begint langzaam aan de ‘gewone’/ reguliere zorg weer. Ook in de kerk is weer meer mogelijk. Vanaf 5 juli kunnen we weer naar de kerkdienst.

Maar alles wat kan, moet wel in aangepaste vorm: reserveren, op anderhalve meter afstand, en in de kerk: niet zingen, geen koffiedrinken na de dienst. Dus het is nog lang niet normaal. Er zijn nog belemmeringen, hobbels. En dat raakt de één meer dan de ander. Wat mag en kan, wat niet mag en niet kan, het voelt soms oneerlijk. Er lijkt soms met twee maten gemeten te worden. Dat maakt onrustig. Ik zou willen dat we alert blijven: op elkaar blijven passen, rekening houden met elkaar, verantwoordelijkheid nemen, maar ook van ons laten horen als er onnodige beperkingen worden opgelegd.

Ik zou willen dat we een goede balans weten te vinden tussen zorgdragen en gebruikmaken van mogelijkheden. In een column voor Kanaal Sociaal noemde ik een uitspraak die wordt toegeschreven aan Franciscus van Assisi. Ds. Henk Schuurman gebruikte dezelfde uitspraak in zijn preek van 14 juni en citeerde daarmee Reinhold Niebuhr. Het maakt niet uit van wie deze uitspraak is. Belangrijker is wat het wil zeggen. ‘Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien.’ Ik wens dit inzicht ons allen toe: de mensen die het beleid uitstippelen, maar ook onszelf wanneer we onze houding en onze plannen moeten bepalen.

En daarnaast: Iedereen een fijne zomer toegewenst waarin tijd en gelegenheid is om te ontspannen en energie op te doen, te genieten van alles wat kan.

Een hartelijke groet, ook namens ds. Henk Schuurman ds. Trijnie Plattje