Het opheffen van de vierplaats Schalkhaar was voor de kerkenraad aanleiding om de vormgeving van de kerkdiensten in de Ichtuskerk eens goed tegen het licht te houden. Het team van predikanten en kerkelijk werker heeft daarop een voorstel geschreven dat door de commissie eredienst (waarin o.a. de organisten zijn vertegenwoordigd) en vervolgens door de kerkenraad is besproken en overgenomen.

In grote lijnen blijft de opbouw van de kerkdienst zoals we die gewend zijn. Deze opbouw gaat terug op zeer oude wortels in de kerkgeschiedenis. De inbreng van ouderlingen (drempelgebed), diakenen (kyriëgebed) en lectoren (lezingen) blijft ook gehandhaafd. Om het begin van de dienst een wat rustiger beeld te geven zal de ouderling ook de bemoediging (Onze hulp …) uitspreken. Tot nu toe deed de predikant dat. De predikant komt nu pas bij de dienst van het Woord naar voren, wisselt dan de groet met de gemeente en gaat daarna voor in het gebed van de zondag. Als er iemand is overleden zal hierbij worden stilgestaan voor de voorbeden en niet meer direct bij het begin van de dienst. Voor deze plaats bij de voorbeden is gekozen omdat zo het verband tussen het gedenken van de overledene en onze gebeden voor de nabestaanden beter tot zijn recht komt. Het gedenken van een overledene zullen we afsluiten met het zingen van Lied 961:

Niemand leeft voor zichzelf,

niemand sterft voor zichzelf.

Wij leven en sterven voor God onze Heer,

aan Hem behoren wij toe.
De afkondiging van overlijden zal worden gedaan door de voorganger, die daarna vervolgt met de voorbeden. De diaken zal daarbij, zoals gebruikelijk, de kaars aansteken. De liederen zullen tijdens de dienst in principe niet meer worden aangekondigd. Op deze manier wordt de dienst meer een doorlopend geheel. Bovendien heeft het gebruik van de beeldschermen het afkondigen overbodig gemaakt. Voor de mensen thuis wordt voor de dienst een overzicht van de liederen en lezingen in beeld gebracht. Dat gebeurt nu al. Ook in de zondagsbrief staat dit overzicht.

De aanpassingen gaan in op zondag 1 januari. De kerkenraad, de commissie eredienst en team van predikanten en kerkelijk werker zien de veranderingen als verbeteringen. Of dat ook zo is zal de praktijk moeten uitwijzen. Daarom heeft de kerkenraad besloten om het geheel na een half jaar te evalueren. Namens de kerkenraad, de commissie eredienst en het team van predikanten en kerkelijk werker,

ds. Kees Bochanen