Hier sta ik

 In het jaar waarin we 500 jaar Protestantisme gedenken zullen we de gevleugelde worden ‘Hier sta ik’ vaak horen. Tijdens een verdedigingsrede in 1521 had Luther aangegeven in geweten aan het Woord van God gebonden te zijn. Daarom kon hij niet tegen zijn geweten ingaan.

De columns van predikanten en kerkelijk werkers gaan dit jaar over ‘Hier sta ik’.

‘Ik blijf zitten’

‘Hier sta ik.’ Het zijn woorden die een historische situatie oproepen. Ze echoën na in de stemmen van gecanoniseerde heiligen: Dietrich Bonhoeffer, Mahatma Gandhi, Martin Luther King, Nelson Mandela… Ieder voor zich, blijkt hun plaatsbepaling keerpunt in een specifieke geschiedenis te zijn. Als gletsjers stralen ze boven het landschap uit, terwijl wij in de modder van alledag onze weg zoeken.

Maar nu ik Claudette Calvin ken, ben ik daar anders over gaan denken. Want kennen we de schaduwen van deze gletsjers? De talloze verhalen om die grote, zichtbare beweging revolutie heen?

We kennen Rosa Parks als de zwarte vrouw die, ondanks de rassenwetten, weigerde haar plaats in de bus af te staan aan een blanke man. De busboycot die op haar arrestatie volgde, gaf Kings burgerrechtenbeweging vleugels en leidde tot de afschaffing van rassensegregatie.

Zo’n negen maanden voor Rosa Parks’ verzetsdaad, weigerde een 15-jarig schoolmeisje haar plaats in de bus af te staan aan een blanke jonge vrouw. Ze bleef zitten, te midden van gescheld en intimidatie. Claudette Colvin werd met geweld gearresteerd.

De leiders van de zwarte gemeenschap wachtten toen al een tijd op de perfecte aanleiding voor verzet. Maar Colvins naam zou uit de geschiedenis verdwijnen. Waarom? Colvin was een tienermeisje uit de achterbuurten van Montgomery, en bovendien raakte ze gedurende het strafproces ongewenst zwanger.

Martin Luther King zou later verklaren dat hij blij was dat Rosa Parks een voorbeeld werd voor de onderdrukking van de zwarten. Want niemand kon twijfelen aan haar integriteit, hoogstaand karakter en de vroomheid van haar geloof. Niemand geloofde dat hij dat ook van Colvin zou zeggen.

In plaats van revolutionaire vaandeldrager was Colvins lot dat van een arm, alleenstaand, zwanger, zwarte tienermeisje dat het had opgenomen tegen de blanke gevestigde macht en dat uit de zwarte gemeenschap was gevallen. Zij zat stil achterin bij de bekende protesten in de kerken en niemand herkende haar. Colvins verhaal werd dat van de worsteling van iedere zwarte, alleenstaande moeder om het hoofd boven water te houden, zoals dat eufemistisch heet. Ze liet haar kinderen bij haar eigen moeder achter, en in de wanhoop om inkomen overwoog ze de prostitutie in te gaan.

Op latere leeftijd werd Colvin uitgenodigd om een videoboodschap in te spreken voor de opening van het Rosa Parks Museum. Ze weigerde. Toch is ze niet verbitterd. Ze ziet zelf ook in dat voor die tijd Rosa Parks een geschikter boegbeeld was. “Maar het voelt wel alsof je kerstcadeaus krijgt in januari, in plaats van op 25 december.”

‘Hier sta ik’

Natuurlijk geeft Colvins verhaal geen duidelijk antwoord op onze eigen twijfels en machteloosheid. Maar het zijn wel verhalen als deze die laten zien dat ‘ergens voor staan’ geen weloverwogen stellingname is, met een overwinning op onrecht in zicht. Rondom de succesverhalen spelen zich talloze schaduwverhalen af, die misschien zelfs grootser zijn. Het zijn de verhalen die zich afspelen in de onoverzichtelijkheid van het dagelijkse bestaan. In de modder. Buiten de geschiedenis.

– Op de site van The Guardian is Colvins verhaal beschreven (met interview) door Gary Younge: http://bit.ly/2kwDqxV