Over beleefdheid, spruitjes en naastenliefde

Tien deugden voor het moderne leven. Humor, Geduld, Hoop, Vergeving, Veerkracht, Opoffering, Zelfbewustzijn, Beleefdheid, Empathie. In dit winterseizoen zal telkens een van deze deugden centraal staan. Dit keer: BELEEFDHEID als deugd.

03 DeugdenWie iets over ‘beleefdheid’ zegt of schrijft loopt al snel het risico voor moraalridder versleten te worden. Beleefdheid. Dat ademt voor velen toch een jaren vijftig sfeer uit. Een sfeer van vormelijkheid, regeltjes en verouderde omgangsvormen. Spruitjeslucht.

Nog een risico van schrijven over beleefdheid is dat je al snel gaat praten in termen van ‘vroeger was alles beter’. ‘Vroeger stond je nog op als er een ouder iemand de bus in kwam’. ‘Vroeger werd de oudere nog aangesproken met U’. ‘Vroeger hield de man nog de deur open voor de vrouw, hij liet haar voorgaan. Behalve als ze de trap op gingen’. Dat soort dingen. Nu wil ik niet beweren dat beleefdheid er niet meer toe doet. Integendeel! Ik hoop alleen niet in de boven beschreven valkuil te vallen.

Dus geen artikel over ‘hoe het moet’, en ook niet over ‘vroeger was alles beter’.

Ik wil het over drie dingen hebben.

  • de regels voor wellevendheid zijn meestal cultureel bepaald
  • beleefdheid gaat niet over regels maar over respect
  • beleefdheid heeft alles te maken met de evangelische notie van ‘liefde voor de naaste’.

Regels voor wellevendheid zijn meestal cultureel bepaald Grote ophef een aantal jaren geleden toen een imam weigerde om de (vrouwelijke) staatssecretaris een hand te geven. Wat een onbeleefdheid! Nu overkwam ons hetzelfde in Hongarije. We hadden een huisje gehuurd voor de vakantie, en werden door de ‘sleutelbewaarsters’ uitgenodigd voor een kopje koffie bij haar thuis. Haar man verwelkomde ons hartelijk, en gaf mij en onze zoon een hand, maar mijn vrouw en dochter niet. Onbeleefd? Het is maar hoe je het bekijkt. Niet alleen in Hongarije, maar in het grootste deel van de wereld is het juist ongepast als een man een vrouw een hand geeft. Daar maakt de heer een buiging voor de vrouw. In veel oosterse landen schrijft de etiquette dan wel weer voor dat de heren elkaar bij een begroeting omhelzen en een zoen op de wang geven. In onze streken weer ongebruikelijk. Met andere woorden: beleefdheidsvormen zijn cultureel bepaald. Maar ook tijdsgebonden. Op het plaatje is een begroeting aan het einde van de 19e eeuw te zien. En wat zien we? Geen handdruk, maar de heer maakt een kleine buiging en neemt zijn hoed af voor de dame! Nu kun je natuurlijk stellen dat iemand zich moet aanpassen aan de beleefdheidsregels die gelden in het land waar men verblijft. Dat is ook zo. Maar dan moet wel duidelijk zijn wat die regels zijn. Om maar weer bij de begroeting te blijven: in Nederland kennen we naast de handdruk ook de ‘high-five’, de ‘hug’ (omarming, waarbij men elkaar eventueel ook op de rug of schouder slaat) en de ‘boks’ (waarbij men zachtjes met de rechtervuist aantikt).

Ook zie je nog al eens een handdruk gecombineerd met het vastgrijpen van de bovenarm (zo doet bijvoorbeeld Barack Obama het bijna altijd, let maar eens op!). Wat ik maar wel zeggen: beleefdheid is goed, maar het is niet altijd eenvoudig om te zeggen wat hoort, en wat niet (Beatrijs Ritsema schrijft er wekelijks een interessante column over in dagblad Trouw).

Beleefdheid gaat niet over regels maar over respect

De kern van beleefdheid (of wellevendheid) zijn niet de regeltjes, maar gaat vooral om een basishouding, die je kunt samenvatten met ‘respect’. Je ziet de ander staan, wilt hem of haar tegemoet treden op een wijze waarbij die ander zich gezien en gehoord weet, gerespecteerd. Die grondhouding gaat eigenlijk veel verder dan de etiquette. Om maar bij het begroetingsritueel te blijven: je kunt iemand een hand geven en vervolgens straal negeren. Is dat dan wellevendheid? Ik denk het niet. Het geven van een hand zou een intentieverklaring moeten zijn: ik zie

je, en ik respecteer en waardeer je. Het geven van een hand na een ruzie op het schoolplein is meer dan een formaliteit: door de handdruk geef je aan dat je de ander ziet staan en respecteert.

‘Heb uw naaste lief als u zelf’

Wie een ander open tegemoet treedt, en daarbij rekening houdt me de normen en waarden van de ander, die breekt als het ware uit het ‘ik’. Ik leg niet mijn regels op aan de ander, maar ik houd rekening met wie die ander is. Zo geef ik iemand een hand en kijk daarbij die ander in de ogen. Maar als ik weet dat het voor die ander gevoelig ligt (bijvoorbeeld vanwege de culture achtergrond van de ander, of omdat die ander een contactstoornis heeft), dan laat ik de handdruk achterwege en knik de ander vriendelijk toe. En wanneer je werkelijk betrokken bent op die ander, dan is dat maar een kleine moeite.

Ik denk dat die grondhouding alles te maken heeft met het liefdesgebod zoals Jezus ons dat mee geeft. ‘Heb uw naaste lief als u zelf’. Ook dat vereist een grondhouding waarbij ik mijzelf niet op de eerste plaats zet, maar een opening maak naar die ander. Het eigen ik wordt doorbroken, en wordt ‘wij’. Dat betekent niet dat je jezelf volledig wegcijfert, maar gaat uit van het besef dat ik als medemens geschapen ben, gericht op samen-leven. Misschien zou je het zo kunnen zeggen: beleefdheid is samen-levendheid.

ds.Henk Spit, protestantse gemeente Diepenveen