Reefsen1Weleerwaarde broeder Reefsen,
Als ik uw beeltenis aanschouw, die in uw Grote Kerk hangt, zie ik een heer van stand met een fraaie snor. Stiekem ben ik jaloers, niet vanwege die snor, maar wanneer u over straat wandelde hier, was u voor iedereen herkenbaar aan uw ambtskleding; zwarte toga, platte witte kraag en een kalotje. Een aantal collega’s van mij heeft zich onlangs vanwege de herkenbaarheid een
priesterboordje aangeschaft, maar voel me daarmee toch niet prettig. U zou ontsteld zijn als u mij zag… een vrouw in broek. Aan uw ambtskledij kon iedereen zien, dat u een geleerde was.

Net als u heb ik de Bijbelse grondtalen Grieks en Hebreeuws bestudeerd, maar uw kennis daarvan evenaar ik niet. Ik ben een mammoetkindje. Het zou voor u vloeken in de kerk zijn als u hoorde hoe deze talen zelfs op de theologische faculteiten langzaam verdwijnen. Dat was in uw tijd anders. U genoot er vast van toen u uw naam kon ‘verlatijnsen’ in Revius, in plaats van dat gewone Reefsen.

Weet u trouwens dat er nu twee vrouwen in Deventer op uw kansel staan?
Het duurde even voor het zover was. In 1967 werd het ambt voor vrouwen opengesteld, in 1988 kwam de eerste vrouwelijke predikant hier in de Lebuinuskerk, excuses, de Grote Kerk; u vond Lebuinus ‘paapsch’. Inmiddels zijn er meer vrouwelijke dan mannelijk ambtsdragers. Snapt
u waarom veel mannen geen kerkelijke functie meer ambiëren?

De eerste taak van uw lieve vrouw was het zorgen voor kinderen en huishouding. Maar als predikantsvrouw en burgemeestersdochter had ze wel aanzien. Ze was geletterd, bracht geld en goede manieren mee. Zonder haar was uw pastorie geen
belangrijk cultureel-religieus centrum in de stad geworden.

Terzijde; toen ik hier kwam was de laatste pastorie net  verkocht. Met 2,5 procent ledenverlies per jaar kan praktisch geen gemeente zich meer een ambtswoning veroorloven. We kochten zelf wat, met lagere stookkos- ten dan u had.
‘De man is het hoofd, de vrouw is het hart’ schreef u ooit. Dat was toen een vooruitstrevende uitspraak. U ontmoet- te in uw werk aan de Leidse universiteit zelfstandige vrouwen. Wat vond u van Anna Maria van Schuurman, de eerste vrouw die op uw faculteit toegelaten werd als toe- hoorster? Ze moest weliswaar achter een gordijn blijven, maar misschien genoot u van haar Bijbelkennis?

Of was ze te vrijzinnig?
U was wel een fel bestrijder van remonstranten en humanisten. Ongelooflijk hoe u de rector van de Latijnse school liet ontslaan. En wat bestreed u Descartes, toen hij hier woonde! Maar soms was u verrassend ruimhartig. Zo koesterde u alle ‘paapsche’ boeken in uw Athenaeum- bibliotheek als een schat.

En u wees mensen terecht die zich verzetten tegen de modieuze lange haardracht van jonge predikanten. U vond een eigen haarstijl een christelijke vrijheid.
Nog meer valt me op, collega, als ik uw predikantschap vergelijk met het mijne.
U had een nauwe band met het stadsbestuur, op wiens kosten u studeerde. Het benoemde u als predikant. Uw bevestiging ging vast gepaard met openbare feestelijkheden. Een grote maaltijd, die de overheid betaalde?

Uw traktement bekostigde zij en de door u uitvaardigde tuchtmaatregelen ondersteunde de overheid. Daar moet ik niet aan denken!
Uw burgemeesters kondigden ook gemeentelijke zaken af in de kerk, die soms meer een marktplaats leek. Dat is nu anders, maar in uw kerk is het nog steeds druk iedere dag. Het levendige religieuze centrum en de grootste museale ruimte van de stad is zij, maar overheidsgeld krijgen wij nauwelijks.
Onder u groeide de kerkgemeenschap. Begonnen met 700 leden waren er na 25 jaar 4000. Wij krimpen juist. Op zondag bezoeken weliswaar 300 mensen de kerk en 250 vrijwilligers verzetten veel werk, maar van de 2500 ingeschrevenen dragen 800 niets meer bij, zorgelijk..! Met getallen vermoei ik u verder niet. Daarin was u nooit geïnteresseerd. Het deed u toen ook al niets dat uw wereldberoemde dichtbundel Overijsselse sangen en dichten in Deventer nauwelijks werd verkocht.
Maar misschien doet het u goed dat uw liederen nog steeds worden gezongen in uw gemeente en dat er vaak dichters en andere kunstenaars komen, die u overigens liever buiten de kerkmuren hield. U liet enkel psalmen zingen.

Hoe het ook zij, al is er veel veranderd, wees gerust; de lofzang houden we nog steeds gaande in Deventer en Gods Woord wordt er nog steeds verkondigd. Hopelijk zal dat nog heel lang gebeuren! Collega Saar en ik doen ons best!

Hartelijke groeten van Ingrid de Zwart,
predikant van de Protestantse gemeente te Deventer