U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, U zij alle eer!

Zo’n 1250 jaar geleden stak Lebuinus de IJssel over als missionaris.Al 1250 jaar leeft sindsdien de kerk hier in Salland. Ze wist zich op vele plaatsen te handhaven door de eeuwen heen, kent donkere en lichte perioden in haar bestaan, maar is nog steeds springlevend. Nog steeds zijn er vele mensen die verspreid over diverse kerkgenootschappen inspiratie vinden in het christelijk geloof. In Deventer wordt de oversteek van Lebuinus in elk geval feestelijk omlijst, een jaar lang. En bij een feest horen liederen. Die heeft de kerk in overvloed tot haar beschikking. Ook het nieuwe Liedboek getuigt daarvan.Aan de voorgangers van de PKN gemeenten en enkele kerkelijk werkers in deze regio wordt dit jaar de vraag voorgelegd: In welk lied uit het Liedboek licht iets op, wat jou inspiratie geeft? Welk lied is voor jou een bron van licht?

Lied enLicht
U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, U zij alle eer!

Alle menselijk lijden hebt Gij ondergaan om ons te bevrijden tot een nieuw bestaan. (…)

Geef ons dan te leven in het nieuwe licht, wil het woord ons geven dat hier vrede sticht:

U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, U zij alle eer!

 

Er is een schat aan Paasliederen opgenomen in het nieuwe liedboek. Ook lied 634 hoort daarbij, met een vrije vertaling van het oorspronkelijke lied, door Henk Jongerius. Dit lied raakt mij misschien wel allereerst door de melodie van G.F. Händel, die zo is in mijn ziel is gekropen. Maar de woorden treffen me ook, in hun eenvoud. Pasen is hét mysterie van het christelijk geloof. Maar zie er maar eens woorden voor te vinden. Hoe moeten we het lijden en sterven van Jezus zien? Hij brengt het hoogste offer, maar toch niet omdat God ‘bloed wilde zien’? En dan het wonder van de opstanding, zo’n groots geheimenis. In de loop van de jaren ben ik het zo gaan zien: God gaat niet met een grote boog om de donkere kanten van het menselijk bestaan heen. Wacht ook niet tot ze vanzelf overgaan. Hij is (in Jezus) naast ons mensen komen staan, om het allemaal aan den lijve te ondervinden – de boosaardigheid, de verkniptheid, de ontrouw, de eenzaamheid, het gevoel van God en mensen verlaten te zijn, tot de dood aan toe. ‘Alle menselijk lijden hebt Gij ondergaan’. Daarmee wordt ook het kwaad ontmaskerd. Want het lijden dat hem treft wordt hem aangedaan. Het is mensenwerk, duivels mensenwerk. Jezus had kunnen weglopen toen het erom ging spannen. Hij had eieren voor zijn geld kunnen kiezen. Maar hij bleef trouw aan wie zijn liefde en trouw zo nodig hadden, en hebben. Hij gaat eraan ten onder, maar zijn dood is niet het einde. God schept een doorgang naar nieuw, hernieuwd leven. En wij krijgen daar deel aan, worden bevrijd tot een nieuw bestaan.
Met de asieljongens die gedoopt wilden worden hadden we daar hele gesprekken over. Een nieuw leven dat ‘getekend’wordt met Pasen wil niet zeggen dat alles ineens van een leien dakje gaat. En toch komt alles in een ander licht te staan, krijg je nieuwe moed. Geef ons dan te leven in het nieuwe licht, dicht Jongerius. Die zin ontroert mij, ook denkend aan mensen die er zó naar verlangen. Ons leven staat heus niet ineens glorieus op z’n kop. Maar als de opstanding eens handen en voeten mocht krijgen, met zijn woord dat vrede sticht: U zij de glorie, opgestane Heer!
ds. Saar Hoogendijk

terug naar Nieuws