‘Jongens: thuiskomen!’

Wie heeft dat niet gehoord? Voor velen vroeger, toen ze jong waren, de jongeren nu nog regelmatig.

IchtusEven dan over mij. Ik ging dan naar huis. Voor het eten, voor huiswerk van school, voor plotseling bezoek en zelfs (jawel dat is me vaak gebeurd) om naar bed te gaan. Huis heeft toch wel wat, bescherming tegen onaangename weersinvloeden, bescherming tegen ‘vriendjes’ waarmee ik ruzie had, dus een vertrouwd adres waar ik me THUIS voelde. Een plek om te eten en drinken, dus ook voor het avondmaal. Een plek om te praten en te luisteren, te leren begrijpen, te leren denken. Ook een plek voor plezier, voor warmte en erbij horen, voor creativiteit. Zo kan ik doorgaan.

“Willem, ik ben blij dat ik je weer zie en juist hier” Dat krijg ik steeds van één iemand te horen als ik er ben. Zo ook op de startzondag van 7 september ’14.

In de Nieuwsbrief, oeps Kerkklanken, las ik al dat dit jaar het thema HUIS is gekozen. En in een plotselinge opwelling op de zaterdag besloot ik e.e.a. te regelen met mijzelf om naar de kerk te gaan, aangewakkerd door berichten als: ’t orgel wordt weer bespeeld, ’t licht doet het weer, ’t huisorkest gaat het dak eraf spelen.

Zo verliet ik eigen huis en haard om naar die van ons samen te gaan. Ik noemde het al: ”Willem, ik ben blij dat je er bent!” DE mij bekende stem. Omdat ik graag vroeg ga, om een plekkie te hebben zo dat ik anderen niet stoor in geval van (hoge) nood, kon ik een fragmentje filmen van het repeteren/inspelen van het huisorkest. Te zien op de besloten groep Protestantse gemeente op Facebook. En de kerk werd voller. Soms werden er de “plichtplegerige” groeten uitgewisseld, ook werden uitgebreidere praatjes aangeknoopt en koffie/thee/limonade gedronken. Nu dan even lekker gek: toen kwamen de “mamma” en “pappa” binnen, de beide voorgangers met de “gaande-, blijvende- en komende mannen en vrouw. Aandacht voor woord, voor muziek en (snel)zang, voor meisjes en vrouwen, voor jongens en mannen, voor 50-plus en 50-min, voor de hier en elders geborenen, voor de wereld, voor de nood, voor gebed, voor de rouw, voor het spel met de naamsteentjes, voor HET Woord, voor en naar een ieder die daar toen en later ook elders hun steentje in de instandhouding en verder opbouw en onderhoud en vernieuwing van het huis van (ons aller) DE Vader bijdraagt.

“En, Willem, hoe vond je het? Jij gaat toch wel een stukkie schrijven, daar reken ik op!” Oei, weer die stem van die ene die ik al noemde. Ik heb niets beloofd, maar heb haar wel gezegd: “Ik heb beslist geen spijt dat ik er was, genoten van allerlei aspecten van deze HUIS-viering!” Zeg maar, ik ben even thuis gekomen, maar wie me geroepen heeft…..

Willem H. Nieuwenhuijs. (What’s in a name?)